Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieMegachile pilidens
42
Planten
bezocht
142
Interacties
gedocumenteerd
Megachile pilidens is herkenbaar aan het compacte lichaam en de lichte buikschuier (verzamelharen aan de onderzijde van het achterlijf), die tijdens het bloembezoek vaak kenmerkend omhoog wordt gestoken. Deze wilde bij brengt één generatie per jaar voort en gebruikt voor de eiafzet bestaande holtes, zoals vraatgangen in dood hout of holle plantenstengels. Kenmerkend is de werkwijze waarbij cirkelvormige stukjes uit bladeren worden gesneden om de broedcellen mee te bekleden. Vanaf mei is de soort waar te nemen op Ononis spinosa subsp. austriaca. Tijdens de zomermaanden bezoekt de bij intensief Scabiosa columbaria, Eryngium campestre, Chondrilla juncea, Ecballium elaterium en Heliotropium europaeum. In de nazomer tot september dient Hedera helix als energiebron. De larve voedt zich met een mengsel van pollen en nectar dat door de moederbij in de cel is gebracht. De soort overwintert als rustlarve (een ver ontwikkeld, inactief larvestadium) in een cocon binnen de nestcel. De soort kan worden ondersteund door stengels met merg gedurende de winter te laten staan en inheemse planten zoals Calamintha nepeta in zonnige tuindelen aan te planten.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Deze wilde bij is ongevaarlijk en een nuttige bestuiver die zich tegenover mensen vredig gedraagt. Een steek is uiterst zeldzaam en treedt alleen op wanneer het dier direct met de hand wordt geplet. Omdat het een inheemse soort betreft, dienen natuurlijke nestplaatsen en de larven in de stengels ongestoord te blijven.
Megachile pilidens behoort tot de familie Megachilidae binnen de orde Hymenoptera (vliesvleugeligen). Het verspreidingsgebied omvat Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en België, waarbij de voorkeur uitgaat naar warme, droge habitats. Als solitaire soort is elk vrouwtje verantwoordelijk voor de eigen nestbouw; er worden geen staten gevormd. Kenmerkend voor dit geslacht is het gebruik van bladstukjes voor de nestbouw en het transport van pollen aan de onderzijde van het achterlijf in plaats van aan de poten.
42 planten worden door deze soort bezocht
•EuPPollNet (Zenodo 10.5281/zenodo.14747448)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →