Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieMelica ciliata
39
Soorten
interageren
46
Interacties
gedocumenteerd
Melica ciliata valt op door de witachtig glanzende, zijdeachtig behaarde bloeiwijzen die doen denken aan kleine parels aan een snoer. Dit sierlijke gras is een waardevolle toevoeging voor een natuurlijke tuin, met name voor het ecologisch opwaarderen van droge standplaatsen. De soort dient als voedselbron voor gespecialiseerde vlinders zoals het groot dikkopje (Ochlodes sylvanus) en het bont dikkopje (Carterocephalus palaemon). Omdat de soort op de Duitse Rode Lijst (categorie Vorwarnliste) staat, draagt aanplant bij aan het behoud van de lokale biodiversiteit. De plant is robuust en gedijt goed op zonnige plekken zoals muurvoegen of in een rotstuin.
Zilverachtige overlever: een essentiële plant voor zeldzame dikkopjes op schrale bodems.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Melica ciliata is een waardevolle waardplant voor diverse vlindersoorten. Met name dikkopjes zoals het bont dikkopje (Carterocephalus palaemon) en het zwartsprietdikkopje (Heteropterus morpheus) maken gebruik van dit gras. In de winter bieden de resterende halmen bescherming aan overwinterende insectenlarven. De fijne zaden dienen als voedsel voor vogels tijdens de wintermaanden. Via arbusculaire mycorrhiza (AM) ondersteunt het gras bovendien de vitaliteit van de bodem.
Melica ciliata wordt als niet kindvriendelijk geclassificeerd. Hoewel er geen directe giftigheid bekend is, kunnen de fijne kafnaalden en harde zaden bij inslikken leiden tot mechanische irritatie van de luchtwegen of slijmvliezen. Voorkom dat kleine kinderen halmen of bloeiwijzen in de mond steken.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
Jun – Jun
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.383 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een volledig zonnige plek (lichtwaarde 8), bij voorkeur met minimaal 6 tot 8 uur direct zonlicht per dag.
Bodem: De plant prefereert een droge bodem (vochtwaarde 2); vermijd wateroverlast om wortelrot te voorkomen.
Voedingsstoffen: Als zwakke groeier (voedingswaarde 3) gedijt de plant het best op schrale, voedselarme grond zonder extra bemesting.
Kalkgehalte: Zorg voor een basische of kalkrijke ondergrond (reactiewaarde 7), wat kenmerkend is voor rotstuinen.
Planttijd: Plant het gras in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), zolang de bodem vorstvrij is.
Onderhoud: Snoei de halmen pas in de late winter terug om de structuur in de tuin te behouden en insecten een winterverblijf te bieden.
Vermeerdering: Door de lichte zaden (0,662 mg) verspreidt het gras zich vaak zelfstandig via de wind.
Plantpartners: Combineer met Echium vulgare; beide soorten prefereren droge, kalkrijke standplaatsen.
Melica ciliata behoort tot de familie van de grassen (Poaceae) en het geslacht der parelgrassen (Melica). De soort is inheems in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland en koloniseert bij voorkeur xerotherm grasland (droge, warme schrale grasmat) en kalkrijke rotsbodems. Met een planthoogte van 0,38 m blijft de groei compact in dichte pollen. De aartjes kenmerken zich door lange wimpers, waaraan het gras zijn naam dankt. Botanisch gezien wordt de soort beschouwd als een inheemse archeofyt.
39 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →