Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieMelitaea athalia Wachtelweizen-Scheckenfalter
51
Planten
bezocht
144
Interacties
gedocumenteerd
8
Gastheerplanten
bekend
Melitaea athalia is herkenbaar aan het karakteristieke rasterpatroon van donkerbruine lijnen op een oranjebruine ondergrond op de bovenzijde van de vleugels. In deze regio's brengt de vlinder doorgaans één generatie per jaar voort, die vliegt tussen juni en augustus. De vrouwtjes leggen hun eieren in kleine groepen aan de onderzijde van de bladeren van de waardplanten. Terwijl de volwassen vlinders in de zomer nectar zoeken bij Leucanthemum vulgare of Ranunculus bulbosus, zijn de rupsen kieskeuriger. Zij voeden zich bij voorkeur met soorten als Melampyrum pratense, Plantago lanceolata of Veronica chamaedrys. Omdat de vlinder pas in juni actief wordt, maakt deze in de vroege zomer gebruik van laatbloeiende weidebloemen. De rupsen overwinteren gezamenlijk in een spinsel op de bodem. Het behoud van wilde hoekjes met Plantago lanceolata en het vermijden van een vroege maaibeurt ondersteunen deze soort. Daarnaast is de aanwezigheid van laatbloeiende nectarplanten zoals Solidago virgaurea van belang voor het creëren van een geschikte leefomgeving voor deze polyfage Nymphalidae.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Deze vlinder is ongevaarlijk voor mensen, bezit geen angel en kan niet bijten. Omdat de soort in veel regio's als bedreigd wordt beschouwd, dient deze niet gevangen of verstoord te worden in de natuurlijke leefomgeving. De aanwezigheid van de vlinder is een indicator voor een hoge ecologische kwaliteit.
Ernährung & Verhalten
Voedsel
polyphagous
Melitaea athalia behoort tot de familie van de Nymphalidae en is inheems in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Met een vleugelspanwijdte van ongeveer 35 tot 40 millimeter is het een middelgrote dagvlinder. Kenmerkend is de tekening op de onderzijde van de vleugels, die lichte en donkere banden vertoont, wat onderscheid van vergelijkbare soorten mogelijk maakt. Als honkvaste bewoner vestigt de vlinder zich bij voorkeur aan bosranden, op vochtige graslanden en in natuurlijke tuinen met de juiste waardplanten voor de rupsen.
8 planten dienen als voedsel voor de larven
43 planten worden door deze soort bezocht
•EuPPollNet (Zenodo 10.5281/zenodo.14747448)
•DoPI - Database of Pollinator Interactions (UK)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•Neff et al. (2025) — Swiss Moth Traits, DOI: 10.5281/zenodo.14506883 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•GBIF — Occurrence data via GBIF Backbone Taxonomy
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →