Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieNitella capillaris
Nitella capillaris is een ondergedoken kranswier met haarachtige, bijna transparante stengels die als een fijn netwerk op de bodem zweven. Als pioniersoort draagt deze soort bij aan helder water door nutriënten op te nemen en zo de algengroei te reguleren. Deze soort is kenmerkend voor de oorspronkelijke flora van schone, stilstaande wateren.
Helder water door natuurlijke processen: een biologisch filtersysteem.
In een vijver fungeert deze alg als biologische filter door overtollige nutriënten te binden, wat bijdraagt aan de waterhelderheid. De soort biedt onderwaterstructuren die dienen als schuilplaats voor micro-organismen. Door de constante zuurstofafgifte overdag worden de levensomstandigheden voor de vijverfauna verbeterd, wat bijdraagt aan een stabiel ecosysteem.
Deze plant is niet geschikt voor consumptie. Omdat de soort uitsluitend in water groeit, vormt de directe omgeving van de vijver een risico voor kleine kinderen. Er zijn geen verwarringen met giftige soorten bekend.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Plaats Nitella capillaris op een waterdiepte van 20 tot 50 centimeter.
Kies een zonnige standplaats voor voldoende lichtinval tot op de bodem.
De bodem dient zandig of slibrijk te zijn; de soort geeft de voorkeur aan stikstofarme omstandigheden.
De ideale plantperiode is tussen maart en mei, zodra het water opwarmt.
Druk de kwetsbare bundels voorzichtig in het sediment of verzwaar ze licht met een steen tot ze houvast vinden.
Vermijd bemesting in de vijver, aangezien de soort gevoelig is voor hoge nutriëntengehaltes.
Gebruik bij voorkeur kalkarm regenwater.
Voortplanting vindt plaats via oosporen die in het slib overwinteren.
Houd de populatie vrij van draadalgen om overwoekering van de fijne structuur te voorkomen.
Compatibele soort: Chara aspera, die vergelijkbare zones bewoont en bijdraagt aan de biologische waterzuivering.
Nitella capillaris behoort tot de orde van de kranswieren (Charales), een primitieve groep algen. De soort geeft de voorkeur aan ondiepe, schone stilstaande wateren en is herkenbaar aan de draadvormige, in kransen staande takken. Een opvallend kenmerk is het ontbreken van een schorslaag rond de cellen, waardoor de stengels een glasachtig uiterlijk hebben. Hoewel de morfologie doet denken aan hogere waterplanten, vormt de soort geen echte wortels, maar verankert zich met rhizoiden in het sediment.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →