Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieOrthotrichum cupulatum
Orthotrichum cupulatum vormt dichte, donkergroene tot zwartachtige kussens waarin de beker- of komvormige sporenkapsels tussen de blaadjes verborgen zitten. Dit mos is een gespecialiseerde soort voor kalksteen en betonnen oppervlakken en is bestand tegen extreme droogte. Het fungeert als een microhabitat voor kleine ongewervelden zoals beerdiertjes (Tardigrada) en draagt bij aan de natuurlijke patinavorming op harde ondergronden. In februari zijn de kleine kapsels vaak goed zichtbaar op stenen muren.
Een kleine waterbuffer en pionier voor kalkstenen muren.
Hoewel er geen specifieke bestuivingsgegevens voor dit mos zijn, vervult het een fundamentele rol in het ecosysteem. De dichte kussens bieden bescherming en leefruimte aan kleine geleedpotigen zoals springstaarten (Collembola), die een belangrijke basis vormen in de voedselketen. Vogels, zoals de winterkoning (Troglodytes troglodytes), gebruiken de zachte kussens als nestmateriaal. Daarnaast fungeert het mos als biologische waterbuffer die regenwater opneemt en geleidelijk afgeeft. Door de kolonisatie van steenoppervlakken beschermt het tegen erosie en draagt het bij aan humusvorming.
Orthotrichum cupulatum is niet kindveilig. Hoewel het mos geen klassieke giftige stoffen bevat, kunnen de kussens deeltjes uit de omgeving ophopen of bij gevoelige personen huidirritatie veroorzaken. Er is geen risico op verwarring met bekende giftige plantensoorten in de regio.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Standplaats: Het mos vereist een lichte plek (lichtgetal 8) op een minerale ondergrond.
Bodemgesteldheid: Groeit direct op kalksteen, dolomiet of beton; normale tuingrond is ongeschikt als substraat.
Vochtigheid: Het is een droogte-indicator (vochtigheidsgetal 3) en heeft voldoende aan de natuurlijke omgevingsvochtigheid.
Planttijd: Vestiging is het meest succesvol van maart tot mei of van september tot eind november, zolang het substraat open is.
Onderhoud: Vermijd het reinigen van stenen met chemicaliën of mechanische middelen zoals hogedrukreinigers.
Vermeerdering: Verspreiding vindt zelfstandig plaats via door de wind verspreide sporen uit de kapsels.
Groeivorm: Vormt compacte kussens van enkele centimeters hoog die in de loop van de tijd grotere oppervlakken kunnen bedekken.
Combinatieadvies: Geschikte partners zijn Sedum acre of Cymbalaria muralis. Deze soorten delen de behoefte aan kalkrijke, droge standplaatsen en vormen samen een levendige rotsvegetatie.
Dit mos behoort tot de familie Orthotrichaceae en is inheems in Oostenrijk. Het groeit epilithisch op kalkhoudende substraten of betonconstructies. De soort kenmerkt zich door korte, rechtopstaande stengels en de karakteristieke, bekerachtige sporenkapsels die bij rijpheid duidelijk zichtbaar worden. Als pioniersoort koloniseert het open steenoppervlakken en initieert het de successie.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →