Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieOstrinia nubilalis Hübner, 1796
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
23
Planten
bezocht
29
Interacties
gedocumenteerd
20
Gastheerplanten
bekend
Ostrinia nubilalis Hübner, 1796 heeft een strogeel tot lichtbruin uiterlijk met fijne, donkere golvende lijnen op de vleugels. In rusthouding neemt de vlinder een driehoekige vorm aan. De rupsen leven verborgen in plantenstengels. Volwassen exemplaren bezoeken onder andere maïs, selderij, bijvoet (Artemisia vulgaris subsp. vulgaris), akkerwinde (Convolvulus arvensis), witte spierstruik (Spiraea alba) en zwarte knoop (Centaurea nigrescens) voor nectar. De polyfage rupsen voeden zich met selderij, uitstaande amarant (Amaranthus retroflexus), pluimgierst (Panicum miliaceum), hop (Humulus lupulus), raapzaad (Brassica rapa subsp. oleifera), stokroos, appelbomen (Malus), wonderboom (Ricinus communis) en veldbijvoet.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De vlinder beschikt niet over verdedigingsmechanismen zoals gif of stekels. De soort staat niet onder bijzondere wettelijke bescherming.
Ostrinia nubilalis Hübner, 1796 behoort tot de familie van de grasmotten (Crambidae) binnen de orde van de vlinders (Lepidoptera). De soort is inheems. Het is een schemeractieve soort met een verborgen levenswijze in het larvestadium, waarbij de rupsen de merghoudende stengels van planten bewonen.
20 planten dienen als voedsel voor de larven
3 planten worden door deze soort bezocht
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →