Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePachysandra terminalis
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Pachysandra terminalis kenmerkt zich door glanzende, leerachtige bladeren die in kransen aan de toppen van de stengels staan. Deze halfstruik vormt een dicht, tapijtvormend gewas met een hoogte van 0,35 m. De bloeiperiode loopt van december tot mei, waardoor de plant in de wintermaanden voor groene structuur zorgt. De dichte groeiwijze beschermt de bodem onder bomen tegen uitdroging en is geschikt voor het bedekken van schaduwrijke locaties.
Wintergroene bodembedekker met een hoogte van 0,35 m voor schaduwrijke locaties.
De ecologische waarde van Pachysandra terminalis ligt in de functie als permanente bodembedekker. Door de groeiwijze als halfstruik en de hoogte van 0,35 m beschermt de plant de bodem tegen erosie en uitdroging. De bloeiperiode van december tot mei biedt structuur in de wintermaanden. De dichte begroeiing draagt bij aan het behoud van een vochtig microklimaat voor het bodemleven onder het bladerdek.
Pachysandra terminalis is niet kindvriendelijk. Als lid van de Buxaceae-familie is consumptie van plantendelen schadelijk. In tuinen waar kinderen spelen, is een standplaats buiten direct bereik aanbevolen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Dez – Mai
Groeivorm
Halbstrauch
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Immergrün
Planthoogte
0.346 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een schaduwrijke tot halfschaduwrijke plek, bij voorkeur onder grotere bomen of struiken.
Bodem: De bodem dient humeus en gelijkmatig vochtig te zijn.
Planttijd voorjaar: Jonge planten kunnen het beste tussen maart en mei worden geplant.
Planttijd najaar: Aanplant is mogelijk van september tot november, mits de bodem niet bevroren is.
Plantafstand: Gebruik 8 tot 12 planten per vierkante meter voor een gesloten tapijt.
Hoogte: De plant bereikt een hoogte van 0,35 m.
Veiligheid: De plant is niet kindvriendelijk; draag bij een gevoelige huid handschoenen.
Combinatie: Carex sylvatica is een geschikte partner, aangezien deze soort dezelfde voorkeur voor schaduw deelt.
Pachysandra terminalis behoort tot de familie Buxaceae. Van oorsprong komt de soort voor in schaduwrijke bosgebieden, wat de plant geschikt maakt voor lichtarme standplaatsen. Botanisch gezien is het een halfstruik die aan de basis verhout en bovenaan kruidachtige scheuten vormt. De plant bereikt een hoogte van 0,35 m, is breedbladig en wintergroen. De bloei begint al in december (maand 12).
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →