Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePanicum dichotomiflorum
41
Soorten
interageren
48
Interacties
gedocumenteerd
Panicum dichotomiflorum is herkenbaar aan de wijd vertakte bloeiwijzen en de opvallend brede bladeren. Met een hoogte van 1,0 m biedt dit gras structuur. De soort wordt in de brondata beschreven als een neofyt.
Een 1,0 m hoge voedselbron voor diverse vlindersoorten.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De plant dient als voedselbron voor diverse vlindersoorten, waaronder Carterocephalus palaemon, Carterocephalus silvicola en Heteropterus morpheus. De zaden fungeren in het najaar en de winter als energiebron voor vogels. In vochtige omstandigheden kunnen de bestanden worden benut door watervogels zoals Mareca strepera en Aythya collaris.
Panicum dichotomiflorum wordt niet als kindveilig geclassificeerd. Vanwege de vaak scherpe bladranden is voorzichtigheid geboden in tuinen waar kinderen spelen. Bij inname of onwelzijn dient contact te worden opgenomen met een medische hulpdienst of het antigifcentrum.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Starkzehrer (Nährstoffreicher/Fetter Boden)
Bloeitijd
Jul – Sep
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
1 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een zonnige standplaats (lichtgetal 7).
De bodem dient voedselrijk te zijn.
Zorg voor een verse (matig vochtige) bodem.
De plant prefereert kalkrijke en basische bodems (reactiewaarde 8).
De ideale planttijd is tussen maart en mei.
Houd rekening met een eindhoogte van 1,0 m.
Snoei de plant pas in het vroege voorjaar terug om de stengels als winterbescherming te behouden.
De vermeerdering vindt plaats via zaden die door de wind worden verspreid.
Panicum dichotomiflorum behoort tot de familie van de grassen (Poaceae) en het geslacht Panicum. Als neofyt heeft de soort zich in delen van Europa gevestigd. De natuurlijke habitat omvat warme locaties op kalkrijke en stikstofrijke bodems. De plant vertoont een niet-verhoute groeiwijze en vormt een symbiose met arbusculaire mycorrhizaschimmels (AM) voor de opname van voedingsstoffen.
39 soorten interageren met deze plant
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →