Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieParthenocissus tricuspidata
2
Soorten
interageren
2
Interacties
gedocumenteerd
2
Gastheerrelaties
Soorten
Parthenocissus tricuspidata staat bekend om zijn karakteristieke drielobbige bladeren die gevels volledig kunnen bedekken. Voor een natuurlijke tuin is deze klimplant waardevol als rupswaardplant. Onder andere de middelste wijnsleutelbloemvlinder (Deilephila elpenor) en de gele tijger (Spilosoma lutea) maken gebruik van het dichte bladerdek. De plant biedt daarnaast beschutting aan vogels.
Verticale natuurwaarde: 13,13 m leefgebied voor zeldzame nachtvlinders.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De bloeiperiode tussen juni en juli trekt diverse bestuivers aan. De plant fungeert als rupswaardplant voor de middelste wijnsleutelbloemvlinder (Deilephila elpenor) en de gele tijger (Spilosoma lutea). Met een gewicht van 21,064 mg per diaspore wijst de verspreiding op zoöchorie. In de winter vormen de bessen een energiebron voor inheemse vogelsoorten.
Parthenocissus tricuspidata is niet veilig voor consumptie. Plantendelen, in het bijzonder de donkere bessen, zijn bij inname zwak giftig en kunnen maag-darmklachten veroorzaken. Neem bij vermoeden van vergiftiging direct contact op met een arts of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Jul
Groeivorm
Kletterpflanze
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
13.128 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Plant de soort in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november) in vorstvrije grond.
Kies een standplaats met voldoende ruimte voor een groeihoogte van 13,13 m.
De bodem dient voedselrijk te zijn; bij droogte is regelmatig water geven tijdens de aanplantfase aanbevolen.
Snoei kan op elk gewenst moment plaatsvinden om ramen of dakgoten vrij te houden.
Vanwege het houtachtige karakter is een stabiele ondergrond zonder scheuren in het pleisterwerk een vereiste.
Vermeerdering is mogelijk via winterstekken (onbewortelde, houtachtige takstukken).
Fragaria vesca kan als onderbeplanting worden gebruikt, aangezien deze soort de bodem beschaduwt en vergelijkbare standplaatseisen heeft in halfschaduwrijke gebieden.
Parthenocissus tricuspidata behoort tot de familie van de Vitaceae. Als houtachtige klimplant beschikt de soort over een aanzienlijk bladoppervlak van 10171,75 mm², wat bijdraagt aan schaduwvorming. Een morfologisch kenmerk zijn de hechtschijven aan de ranken, waardoor de plant op gladde muren kan groeien. In de regio wordt de soort hoofdzakelijk ingezet voor verticale vergroening in de bebouwde omgeving.
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →