
Phalaris arundinacea
55
Soorten
interageren
65
Interacties
gedocumenteerd
11
Gastheerrelaties
Soorten
Phalaris arundinacea valt op door de brede, krachtige bladeren en een statige groeiwijze. Deze inheemse grassoort is van grote waarde voor de biodiversiteit en dient als rupswaardplant voor diverse vlindersoorten, zoals de rietvink (Euthrix potatoria) en de grasworteluil (Apamea unanimis). De plant biedt structuur op vochtige plekken en vormt een belangrijke schuilplaats voor gespecialiseerde insecten.
Ruimte voor vlinders: 1,34 m natuurlijke kracht voor vochtige plekken in de tuin.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Diverse vlindersoorten profiteren van dit gras, waaronder de moerasparelmoervlinder (Heteropterus morpheus) en het dikkopje (Carterocephalus palaemon). Als rupswaardplant is de soort essentieel voor de rietluil (Mythimna pudorina), de heide-uil (Epilecta linogrisea) en de stengeluil (Mythimna straminea). Ook de gewone grasuil (Apamea monoglypha) gebruikt Phalaris arundinacea voor de voortplanting. In de vrije natuur bezoeken vogels zoals de kleine zwaan (Cygnus columbianus) de bestanden. De lichte zaden dienen in de winter bovendien als voedselbron voor diverse vogelsoorten.
Phalaris arundinacea wordt als niet kindvriendelijk geclassificeerd. De bladranden kunnen scherp zijn, wat bij onvoorzichtig hanteren tot oppervlakkige snijwonden aan de handen kan leiden. Het is daarom raadzaam de plant niet direct langs smalle paden of speelzones te plaatsen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Jul
Bioregio
Continental
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
1.342 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een zonnige tot halfschaduwrijke plek waar de bodem niet uitdroogt.
Bodem: De plant gedijt het best in voedselrijke, vochtige tot natte bodems, zoals aan een vochtige oever.
Planttijd voorjaar: Plant jonge exemplaren tussen maart en mei.
Planttijd najaar: Aanplant is ook mogelijk van september tot november, zolang de bodem open is.
Groeihoogte: Houd bij de planning rekening met een hoogte van 1,34 m.
Onderhoud: Snoei pas in het vroege voorjaar, zodat de stengels in de winter als schuilplaats voor insecten kunnen dienen.
Vermeerdering: Het gras breidt zich uit via uitlopers; indien nodig kan de kluit in het voorjaar worden gedeeld.
Bijzonderheid: De zaden zijn met 0,669 mg zeer licht en verspreiden zich via de wind.
Goede partner: Filipendula ulmaria, die dezelfde bodemvochtigheid prefereert.
Phalaris arundinacea behoort tot de familie van de grassen (Poaceae) en is een inheemse soort. De natuurlijke habitat bestaat uit oevers, sloten en vochtige depressies, waar de plant een symbiotische relatie aangaat met arbusculaire mycorrhizaschimmels. Het is een niet-verhoutend gras met een bladoppervlak van circa 2344 vierkante millimeter. Met een stabiele groeihoogte van precies 1,34 m vormt de soort dichte bestanden die de bodem verstevigen en bescherming bieden.
40 soorten interageren met deze plant
11 soorten gebruiken deze plant als gastheer
4 andere soorten bezoeken de bloemen
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
•Foto: © Orest Lyzhechka / Adobe Stock / AdobeStock_1140891360
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →