Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePhilodina nemoralis Bryce,
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Philodina nemoralis is een raderdiertje dat leeft in de dunne waterfilm rondom mossen en in vochtige aarde. Met een lichaamslengte van minder dan een halve millimeter is dit organisme microscopisch klein. Het diertje dankt zijn naam aan het karakteristieke raderorgaan aan de kopzijde: twee bewimperde kransen die door ritmische bewegingen een waterwervel creëren. Deze wervel dient zowel voor de voortbeweging als voor het naar binnen zuigen van voedseldeeltjes. De voortbeweging vindt vaak kruipend plaats, vergelijkbaar met een bloedzuiger, waarbij het gesegmenteerde lichaam telescoopachtig wordt uitgerekt en samengetrokken.
De activiteit van Philodina nemoralis wordt primair bepaald door de beschikbaarheid van vocht. Tijdens het vochtige voorjaar en de herfstperiodes is de activiteit het hoogst en vindt de voortplanting plaats. In droge zomermaanden trekt het dier zich terug in een rusttoestand in uitgedroogde moskussens. Ook de winter wordt in deze ingekapselde vorm doorstaan, aangezien de dieren in deze toestand extreem vorstbestendig zijn. Zodra de omgeving in het vroege voorjaar weer vochtig wordt, ontwaakt de populatie en wordt de voedselopname hervat.
Philodina nemoralis is gevoelig voor chemische stoffen. Het gebruik van pesticiden en synthetische meststoffen dient te worden vermeden om het evenwicht in het bodemwater niet te verstoren. Een gezonde bodem met een natuurlijke mulchlaag van bladeren of groenafval biedt gunstige omstandigheden. Aangezien deze dieren in waterfilms leven, vormen ook regentonnen of kleine waterpartijen geschikte habitats, mits het water niet is belast met reinigingsmiddelen of algenbestrijdingsmiddelen.
Binnen de familie Philodinidae valt Philodina nemoralis op door een bijzondere biologie. De soort plant zich uitsluitend voort via parthenogenese; er komen geen mannetjes voor en vrouwtjes brengen genetisch identieke nakomelingen voort zonder bevruchting. Het dieet bestaat uit bacteriën, eencelligen en detritus. Een essentiële overlevingsstrategie is anhydrobiose, het vermogen om extreme uitdroging te tolereren. Bij watergebrek trekt het dier zich samen tot een 'tun', waarbij de stofwisseling nagenoeg wordt stopgezet. Zodra er weer vocht beschikbaar is, herstelt het dier zich binnen enkele minuten en hervat het zijn activiteiten.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →