Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePhlox divaricata
Phlox divaricata valt op door de tere, lichtblauwe tot violette bloemen die als vijfpuntige sterren boven het blad uitsteken. Deze plant gedijt in halfschaduwrijke omgevingen en vormt daar dichte, kruidachtige tapijten. Met een planthoogte van 0,39 m vormt de soort een overgang tussen lage bodembedekkers en hogere vaste planten. De zaden zijn zeer licht, waardoor ze effectief door de wind worden verspreid.
Tere blauwe tinten voor schaduwrijke hoeken met een hoogte van 0,39 m.
Phlox divaricata fungeert als structuurvormer in de ondergroei. Door de dichte groei beschermt de plant de bodem tegen uitdroging en biedt deze leefruimte voor bodemorganismen. De zaden wegen 1,76 mg en verspreiden zich via de wind. De plant draagt bij aan de bodemgezondheid en het microklimaat onder struiken.
Phlox divaricata is niet geschikt voor consumptie. Hoewel er geen ernstige vergiftigingsgevallen bekend zijn, wordt geadviseerd om kinderen en huisdieren niet van de plant te laten eten. Bij accidentele inname contact opnemen met een antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.395 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Halfschaduw tot schaduw, bij voorkeur onder loofbomen.
Bodem: Humusrijk en gelijkmatig vochtig.
Planthoogte: De plant bereikt een hoogte van 0,39 m.
Planttijd voorjaar: Maart tot mei.
Planttijd najaar: September tot november, mits de bodem niet bevroren is.
Onderhoud: Een lichte snoei na de bloei bevordert de vitaliteit.
Vermeerdering: Door deling van de wortelstok in het najaar of door natuurlijke uitzaaiing.
Winterbescherming: In koude gebieden beschermt een dunne laag blad de basis van de plant.
Goede partner: Stellaria holostea, die eveneens van lichte bosranden houdt en gelijktijdig bloeit.
Phlox divaricata behoort tot de familie Polemoniaceae en het geslacht Phlox. Het is een kruidachtige plant waarvan de bovengrondse delen in de winter afsterven. In de natuur komt de soort voor in lichte bossen en aan bosranden op verse, humusrijke bodems. De bladeren hebben een oppervlakte van ongeveer 395,52 mm². De vermeerderingsstrategie is gebaseerd op verspreiding via zeer lichte zaden (diasporen).
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →