Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePhyllocoptruta coryli
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Bij het bekijken van de bladeren van de hazelaar in de hoogzomer kan een metaalachtige, bronskleurige of roestachtige glans op de onderzijde worden waargenomen; dit wijst op de aanwezigheid van Phyllocoptruta coryli. Deze minuscule dieren behoren tot de spinachtigen, specifiek de familie van de galmijten, hoewel ze geen typische gallen – de opvallende, tumorachtige uitstulpingen – veroorzaken. Met het blote oog zijn de dieren niet zichtbaar, aangezien ze slechts 0,15 tot 0,2 millimeter groot zijn. Ze leven in groepen op de onderzijde van het blad en zuigen aan de epidermiscellen. Dit leidt tot het afsterven van cellen en een bruinachtige verkleuring van het bladweefsel, wat in een natuurlijke tuin nauwelijks schade toebrengt aan de struik.
De jaarcyclus begint in het vroege voorjaar met het zwellen van de knoppen. De zogenaamde deutogyne vrouwtjes – specifiek gevormde wintervrouwtjes – hebben de winter doorgebracht onder de knopschubben. Zodra de jonge bladeren uitlopen, verplaatsen zij zich naar het verse groen en beginnen met het leggen van eieren. Gedurende de zomermaanden volgen meerdere generaties elkaar snel op; bij warm weer duurt de ontwikkeling van ei tot volwassen dier vaak slechts twee weken. Vanaf eind augustus, wanneer de dagen korter worden, zoeken de pas uitgekomen wintervrouwtjes de jonge okselknoppen op, waarin zij tot het volgende voorjaar verblijven.
Hoewel het schadebeeld – het zogenaamde 'verroesten' van de bladeren – zorgwekkend kan lijken, vormt dit geen gevaar voor de hazelaar. In een ecologisch beheerde tuin zijn chemische bestrijdingsmiddelen ongewenst, omdat deze ook natuurlijke vijanden zoals roofmijten of larven van gaasvliegen doden. Deze nuttige organismen zorgen er doorgaans voor dat de populatie van de mijten niet uit de hand loopt. Omdat de mijten de fotosynthesecapaciteit van het blad slechts in geringe mate beperken, is geen behandeling noodzakelijk. Het verwijderen van afgevallen blad onder de struik dient te worden vermeden, aangezien dit waardevolle leefruimte biedt aan bodembewonende predatoren die bijdragen aan het biologisch evenwicht.
Phyllocoptruta coryli is een gespecialiseerde planteneter die uitsluitend voorkomt op hazelaarsoorten zoals Corylus avellana. Binnen de familie Eriophyidae (galmijten) behoort deze soort tot de vrijlevende vormen, ook wel vagabunderend genoemd. Een biologisch kenmerk is de lichaamsbouw: in tegenstelling tot de meeste spinachtigen met acht poten, bezitten deze mijten slechts twee paar poten aan het voorste lichaamsdeel. Het lichaam is langwerpig, wigvormig en verdeeld in talrijke fijne ringen. Deze morfologie stelt de dieren in staat zich behendig over de behaarde onderzijde van het blad te verplaatsen en in nauwe spleten door te dringen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →