Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePicea sitchensis
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
14
Soorten
interageren
14
Interacties
gedocumenteerd
14
Gastheerrelaties
Soorten
Picea sitchensis is herkenbaar aan de opvallend scherpe, blauwgrijze naalden en de imposante gestalte. Deze naaldboom bereikt enorme afmetingen. De boom biedt ecologische waarde als rupswaardplant voor inheemse vlinders zoals Mniotype adusta en Orgyia antiqua. Het dichte takkenstelsel dient als schuilplaats voor vogels. De boom is geschikt voor zeer grote percelen.
Een 55 meter hoge reus als waardevolle kraamkamer voor zeldzame nachtvlinders.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Picea sitchensis vervult functies voor de inheemse insectenfauna. Zeven vlindersoorten profiteren van de boom, waaronder Operophtera brumata, Thera britannica en Eupithecia abietaria, waarvan de rupsen zich voeden met de naalden. De zaden met een gewicht van 2,3678 mg worden in de winter door de wind verspreid en dienen als voedselbron voor kleine zangvogels. Het dichte, groenblijvende naaldkleed biedt bescherming tegen weersinvloeden en predatoren.
Picea sitchensis is niet kindvriendelijk vanwege de extreem scherpe en harde naalden, die bij contact de huid kunnen beschadigen. Toezicht op kinderen in de nabijheid van de boom is raadzaam om krassen te voorkomen. Er zijn geen giftige bestanddelen als primair risico geregistreerd.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Jun
Groeivorm
Baum
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Nadelblättrig
Bladfenologie
Immergrün
Planthoogte
55.113 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een plek met een hoge luchtvochtigheid, bij voorkeur in koelere gebieden.
Licht: Een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats is ideaal.
Bodem: De boom vereist diepe, vochtige bodems; als oppervlakkig wortelende boom verdraagt Picea sitchensis droogte slecht.
Planttijd: Jonge bomen kunnen in het voorjaar (maart-mei) of najaar (september-november) worden geplant, mits de bodem vorstvrij is.
Ruimtebehoefte: Houd rekening met de enorme eindhoogte van 55,11 m; de boom heeft veel vrije ruimte rondom gebouwen nodig.
Onderhoud: Snoeien is bij deze boom ongebruikelijk en meestal niet nodig.
Water: Geef jonge bomen extra water tijdens droge zomers.
Begeleidende plant: Oxalis acetosella is een geschikte partner, aangezien deze soort gedijt in de halfschaduw onder de boom en de zure bodem van de naaldstrooisellaag verdraagt.
Picea sitchensis behoort tot de familie Pinaceae en is inheems aan de westkust van Noord-Amerika. In Centraal-Europa komt de soort vaak voor in bosbouwplantages, vanwege de voorkeur voor een maritiem klimaat met mild en vochtig weer. Met een hoogte van 55,11 m is dit een van de grootste sparrensoorten ter wereld. Kenmerkend zijn de platte, extreem spitse naalden en de dunne, in schubben afbladderende schors. De boom is houtachtig en bladhoudend.
14 soorten gebruiken deze plant als gastheer
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →