Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePilosella blyttiana
Pilosella blyttiana kenmerkt zich door oranjerode bloemhoofdjes in losse tuilen op behaarde stengels. Deze inheemse soort gedijt goed op schrale gronden en in koelere gebieden. Dankzij de vorming van uitlopers fungeert de plant als een robuuste bodembedekker voor zonnige, frisse standplaatsen en fungeert zij als pioniersoort in open vegetaties.
Oranjerode bloei voor schrale standplaatsen: een robuuste pionier.
De bloeiperiode vindt plaats tussen juni en juli, waarbij de plant als nectarplant fungeert. Als inheemse soort is zij aangepast aan lokale omgevingsfactoren en stabiliseert zij ecologische niches in koelere, schrale gebieden. De zaadrijping in de nazomer biedt voedsel voor vogels. De dichte groeiwijze beschermt de bodem tegen uitdroging en biedt habitat aan kleine bodembewoners.
Pilosella blyttiana is niet veilig voor consumptie. Plaats de plant buiten het bereik van kleine kinderen en vermijd direct contact.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
Jun – Jul
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Licht: Zonnige standplaats met veel licht.
Vochtigheid: De bodem dient fris (matig vochtig) te zijn; vermijd langdurige wateroverlast.
Voedingsstoffen: Als plant voor schrale gronden is een voedingsarme bodem vereist; bemesting is niet nodig.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november).
Bodemvoorbereiding: Bij compacte bodems kan zand worden toegevoegd om de doorlatendheid te bevorderen.
Vermeerdering: De plant breidt zich zelfstandig uit via uitlopers.
Combinatie: Campanula rotundifolia deelt dezelfde ecologische voorkeuren voor schrale, zonnige locaties.
Pilosella blyttiana behoort tot de familie Asteraceae en is inheems in Duitsland en Oostenrijk. De soort komt van nature voor in bergachtige gebieden, wat duidt op een voorkeur voor koelere temperaturen. Het is een overblijvende, kruidachtige plant met een bladrozet. De bladeren zijn behaard als bescherming. De verspreiding vindt plaats via bovengrondse uitlopers, waardoor dichte, bodembedekkende matten kunnen ontstaan.
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →