Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePilosella leptoclados
6
Soorten
interageren
6
Interacties
gedocumenteerd
Pilosella leptoclados valt op door de fijne, gele bloemhoofdjes en de behaarde bladeren. In een natuurlijke tuin fungeert de plant als waardplant voor gespecialiseerde vlindersoorten zoals Melitaea phoebe en Melitaea varia. Omdat de soort gedijt op extreem voedselarme locaties, vult deze ecologische niches waar andere planten nauwelijks overleven. Op zonnige, droge plekken draagt de soort bij aan de lokale biodiversiteit.
Een verfijnde specialist voor schrale gronden: een magneet voor zeldzame vlinders.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Pilosella leptoclados fungeert als nectarplant voor diverse gespecialiseerde vlinders, waaronder Melitaea phoebe, Melitaea varia, Melitaea aetherie en Melitaea ornata. Ook Vanessa virginiensis en Euphydryas desfontainii bezoeken de bloemen. Het bladrozet biedt in open landschappen een beschutte schuilplaats voor insecten. Als inheemse soort integreert de plant in het lokale ecosysteem. In de wintermaanden bieden de verdroogde zaadstanden voedsel voor kleine zangvogels.
Pilosella leptoclados wordt niet als kindvriendelijk beschouwd. Het melksap in de stengel en de fijne borstelharen kunnen bij een gevoelige huid irritatie veroorzaken. Er is geen risico op verwarring met sterk giftige plantensoorten. Plaats de plant in de tuin bij voorkeur op locaties die niet als speelruimte voor jonge kinderen dienen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Bioregio
Continental
Kies een standplaats in de volle zon (lichtgetal 8).
De bodem dient droog en doorlatend te zijn (vochtgetal 2).
Zorg voor een voedselarme bodem (stikstofgetal 2); op bemeste gronden wordt de plant snel verdrongen door grassen.
De ideale planttijd is tussen maart en mei of in het najaar van september tot november, zolang de bodem open is.
Plant de jonge exemplaren op dezelfde diepte als in de pot en houd de bodem enkel tijdens de aangroeiperiode licht vochtig.
Bemesting dient volledig achterwege te blijven, aangezien dit de plant en de mycorrhiza-symbiose schaadt.
Vermeerdering vindt doorgaans eenvoudig plaats via bovengrondse uitlopers.
Snoeien is niet nodig; laat de stengels gedurende de winter staan voor insecten.
Dianthus carthusianorum is een geschikte begeleidende plant, aangezien beide soorten dezelfde voorkeur hebben voor droge, schrale standplaatsen.
Pilosella leptoclados behoort tot de familie Asteraceae binnen de orde Asterales. De soort is inheems en koloniseert voornamelijk droge, warme graslanden (xerotherm grasland). Een bijzonder kenmerk is de arbusculaire mycorrhiza, een symbiose tussen schimmels en wortels die de nutriëntenopname op arme bodems optimaliseert. De plant groeit meestal laag met een bladrozet en smalle, behaarde bladeren. In het wild is de soort kenmerkend voor kalkrijke, zonnige hellingen.
6 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →