Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePimpinella major subsp. rubra
Pimpinella major subsp. rubra onderscheidt zich door de zacht rood getinte schermen die op hoekige stengels boven het varenachtige blad uitsteken. Als inheemse wilde vaste plant vormt zij een verbinding tussen schrale grasmatten en rijkere beplanting. De soort fungeert als nectarplant voor diverse zweefvliegen en kevers die de gemakkelijk toegankelijke nectar van de vlakke schermen benutten. Als matig voedselbehoeftige plant integreert zij eenvoudig in bestaande beplantingen.
Inheemse elegantie: roodachtige schermen voor de zonnige natuurtuin.
Pimpinella major subsp. rubra is een waardevolle component in het ecosysteem door de open structuur van de schermen. Nectar en pollen zijn toegankelijk voor insecten met korte monddelen, zoals zweefvliegen en diverse keversoorten. De plant leeft in arbusculaire mycorrhiza-symbiose met bodemschimmels, wat de nutriëntenuitwisseling bevordert. Met een zaadgewicht van circa 2 mg draagt de soort via windverspreiding bij aan de natuurlijke dynamiek.
Pimpinella major subsp. rubra is niet veilig voor consumptie. Voorkom inname van plantendelen door kinderen en wees alert op verwarringsgevaar met andere, soms giftige schermbloemigen. Raadpleeg bij inname direct een arts of het antigifcentrum.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
Jul – Sep
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.62 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (lichtgetal 7).
Bodem: Vers (matig vochtig), vermijd zowel wateroverlast als volledige uitdroging (vochtgetal 5).
Voedingsbehoefte: Matig (voedingsgetal 6), normale tuingrond zonder extra bemesting volstaat.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november).
Plantafstand: 30 tot 40 cm.
Voortplanting: De zaden (ca. 2 mg) verspreiden zich via de wind; laat zaadstanden in het najaar staan voor natuurlijke uitzaai.
Onderhoud: Terugsnoeien is pas in de late winter noodzakelijk voor het behoud van de winterstructuur.
Combinatie: Leucanthemum vulgare heeft vergelijkbare eisen aan bodem en licht.
Pimpinella major subsp. rubra behoort tot de familie Apiaceae en is een inheemse ondersoort. Het natuurlijke habitat omvat verse weiden en bosranden, met een voorkeur voor koelere, noordelijke of alpiene locaties (temperatuurgetal 3). De plant bereikt een hoogte van 0,62 m en bezit breedbladige, geveerde bladeren met een bladoppervlak van circa 8294 mm². De soort is volgens de Rode Lijst niet bedreigd.
3 videos over Pimpinella major subsp. rubra
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →