Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePristiphora punctifrons
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Wanneer in de vroege zomer kleine, groene larven die op rupsen lijken op kersenbomen of in een sleedoornhaag worden aangetroffen, kan het gaan om de larven van Pristiphora punctifrons. Dit zijn geen vlinderlarven, maar behoren tot de bladwespen. Ze zijn te herkennen aan het bezit van meer dan vijf paar buikpoten; deze larvenvormen worden bastaardrupsen genoemd. De volwassen wespen zijn onopvallend, slechts enkele millimeters groot en donker van kleur. Ze vliegen doorgaans onopgemerkt tussen de takken om hun eieren af te zetten aan de bladranden van hun waardplanten.
De cyclus van Pristiphora punctifrons begint in april of mei, wanneer de volwassen wespen uit hun winterverblijf in de bodem tevoorschijn komen. Na de paring worden de eieren afgezet op de vers uitlopende bladeren. In mei en juni vindt de belangrijkste vraatperiode van de larven plaats, waarin zij energie verzamelen voor de metamorfose. Zodra ze volgroeid zijn, laten ze zich op de grond vallen en graven ze zich in de bovenste bodemlaag in. Daar spinnen ze een stevige cocon waarin ze als pop de rest van de zomer en de gehele winter overleven, totdat de cyclus in het volgende voorjaar opnieuw begint.
In een ecologisch beheerde tuin vormt deze bladwesp geen reden tot ongerustheid. Hoewel de larven gaten in de bladeren vreten, wordt de vitaliteit van de houtige gewassen niet aangetast. Het gebruik van insecticiden of chemische bestrijdingsmiddelen wordt afgeraden, aangezien deze de voedselketen verstoren en natuurlijke vijanden doden. Bij overlast op kleine sierheesters kunnen de larven handmatig worden verwijderd. Meestal wordt dit echter gedaan door zangvogels zoals pimpelmezen, voor wie deze larven een belangrijke eiwitbron vormen tijdens het broedseizoen.
Pristiphora punctifrons behoort tot de familie Tenthredinidae, de echte bladwespen. In tegenstelling tot sociale wespachtigen bezitten deze dieren geen wespentaille, de duidelijke insnoering tussen het borststuk (thorax) en het achterlijf (abdomen). De naam bladwesp is afgeleid van de zaagvormige legboor, de ovipositor, waarmee de vrouwtjes nauwkeurige sneden in plantenweefsel maken om hun eieren beschermd te plaatsen. Binnen het geslacht Pristiphora is deze soort gespecialiseerd in roosachtigen, waarbij ze in de tuin vooral op de sleedoorn (Prunus spinosa) of op kersenbomen wordt aangetroffen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →