Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePterygoneurum lamellatum
Pterygoneurum lamellatum is een bladmos dat zich onderscheidt door zijn kleine, lepelvormige blaadjes met opvallende, vliezige lamellen aan de bovenzijde. Deze soort is gespecialiseerd in open, kalkrijke bodems. Het mos beschermt de kale bodem tegen uitdroging en biedt een schuilplaats voor bodembewonende micro-organismen. De soort komt voor in Duitsland en Oostenrijk en gedijt op zonnige, droge locaties.
Kleine bodemkunstenaar: Pterygoneurum lamellatum verlevendigt schrale plekken in de tuin.
Pterygoneurum lamellatum speelt een rol in het ecosysteem door het stabiliseren van de bodemoppervlakte, wat erosie door wind en water tegengaat. In de moskussens vinden micro-organismen en kleine geleedpotigen een habitat, wat bijdraagt aan de bodemvruchtbaarheid. Bovendien slaat het mos dauw en regenwater op, wat het microklimaat voor naburige kiemplanten verbetert.
Pterygoneurum lamellatum wordt geclassificeerd als niet kindvriendelijk. Hoewel er geen acute vergiftigingsverschijnselen bekend zijn, dient te worden voorkomen dat kinderen de moskussens in de mond steken.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Standplaats: Kies een volledig zonnige, warme plek met een open bodem.
Bodem: De bodem moet kalkrijk en schraal (voedselarm) zijn.
Planttijd: Aanplanten in het voorjaar van maart tot mei of in het najaar van september tot november.
Onderhoud: Bemesting of snoei is niet nodig; de soort is zeer onderhoudsarm.
Vermeerdering: Verspreiding vindt plaats via sporen, mits de bodem niet mechanisch wordt bewerkt.
Bijzonderheid: De soort wordt niet als kindvriendelijk beschouwd; plaats deze in gebieden die niet als speelruimte dienen.
Waterbehoefte: Tijdens de aangroeiperiode licht vochtig houden, daarna is de soort goed bestand tegen droogte.
Goede partner: Draba verna is een geschikte combinatie, aangezien beide soorten dezelfde schrale bodemomstandigheden prefereren.
Pterygoneurum lamellatum is een bladmos dat voornamelijk voorkomt in Duitsland en Oostenrijk. De soort koloniseert bij voorkeur xerotherme graslanden en andere zonnige locaties op kalkrijke ondergrond. Een kenmerkend aspect zijn de lamellen (bladachtige verhogingen) op de bovenzijde van het blad, die met een loep zichtbaar zijn. De plant groeit in lage groepen of als individuele planten van enkele millimeters hoog. De soort is aangepast aan extreme droogte en kan lange perioden van droogte in een rustfase overleven.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →