Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCydonia oblonga
36
Soorten
interageren
108
Interacties
gedocumenteerd
6
Gastheerrelaties
Soorten
Cydonia oblonga valt op door de grote, zachtroze tot witte bloemen en de opvallend viltig behaarde bladeren. Als historisch pitvruchtgewas vormt deze boom een waardevol ankerpunt voor biodiversiteit. In april fungeert de plant als belangrijke pollenbron en nectarplant voor insecten zoals de Bombus ruderatus. Ook gespecialiseerde vlindersoorten zoals Spialia sertorius maken gebruik van deze plant.
Historisch pitvruchtgewas: een april-feestmaal voor de zeldzame Bombus ruderatus.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Deze plant bevordert nuttige insecten die plagen op natuurlijke wijze reguleren — aangetoond door interactiedata.
Databron: GloBI · GBIF-Traits · Biologische relaties (CC BY 4.0)
Cydonia oblonga bloeit in april en is in deze periode een centrale ontmoetingsplaats voor bestuivers. De bloemen worden bezocht door onder meer de zeldzame Bombus ruderatus en diverse vlindersoorten zoals Spialia rosae of Muschampia tessellum. Ook keversoorten zoals de puntkever worden regelmatig op de bloemen aangetroffen. Vogels zoals Sylvia atricapilla gebruiken het dichte takkenstelsel als beschutte schuilplaats. Het hout dient als leefgebied voor de Xyleborus dispar. Ook Psittacula krameri maakt gebruik van de structuren van dit oude cultuurgewas.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
Apr – Apr
Bioregio
Continental
Nectarwaarde
4
Pollenwaarde
4
Groeivorm
Strauch/Baum
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
3.662 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats met een diepe, voedingsrijke bodem.
Plant de boom bij voorkeur tussen maart en mei of in het najaar van september tot eind november.
Zorg dat de bodem bij het planten open en vorstvrij is.
Cydonia oblonga gaat een arbusculaire mycorrhiza aan; vermijd daarom het gebruik van kunstmest.
Voer in februari een voorzichtige snoei uit om de kroon open te houden.
Geef jonge bomen tijdens droge zomers regelmatig water, aangezien ze gevoelig zijn voor watertekort.
Vermeerdering vindt meestal plaats via stekken of enten.
Geschikte partner: Prunus spinosa vormt een uitstekende aanvulling. Beide soorten behoren tot de Rosaceae en bieden samen een gespreide voedselbron voor gespecialiseerde insecten zoals de puntkever.
Cydonia oblonga behoort tot de familie van de Rosaceae en vormt een eigen geslacht binnen de pitvruchtgewassen. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit de Kaukasus en is al eeuwenlang als cultuurgewas gevestigd. Kenmerkend zijn de grote, solitair staande bloemen en de peer- of appelvormige vruchten, die bedekt zijn met een dicht, grijs dons. De plant heeft in grote mate haar oorspronkelijke karakter en ecologische functie behouden.
25 soorten interageren met deze plant
6 soorten gebruiken deze plant als gastheer
5 andere soorten bezoeken de bloemen
•EuPPollNet (Zenodo 10.5281/zenodo.14747448)
•EuPPollNet (CC BY 4.0) – Hervías-Parejo et al. 2023, Zenodo doi:10.5281/zenodo.7985884
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Middleton-Welling_2020
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•EuPPollNet — Kuppler et al. (2025), DOI: 10.1111/geb.70000 (CC BY 4.0)
•Database of Pollinator Interactions (DoPI) — Pocock et al. (2022), DOI: 10.1002/ecy.3801 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →