Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieRanunculus flammula agg.
Ranunculus flammula agg. is herkenbaar aan de smalle, vrijwel ongedeelde bladeren en de glanzende, felgele bloemen. Met een planthoogte van 0,29 m is de soort geschikt voor vochtige plekken zoals vijverranden of moerasbedden. De plant gedijt op voedselarme bodems en draagt bij aan de biodiversiteit op schrale locaties.
Fijne zonminnende plant voor vochtige, voedselarme moeraszones.
Als zwakke groeier op vochtige, voedselarme locaties bezet Ranunculus flammula agg. specifieke ecologische niches waar concurrerende soorten minder goed gedijen. De zaden zijn met 0,4535 mg zeer licht, wat verspreiding via wind en water bevordert. Als inheemse soort is de plant volledig geïntegreerd in het lokale ecosysteem en draagt bij aan de structuur van vochtige biotopen.
De gehele plant is giftig door de aanwezigheid van protoanemonine, wat bij huidcontact irritatie en bij inname vergiftigingsverschijnselen kan veroorzaken. Draag handschoenen bij werkzaamheden en houd kinderen en huisdieren uit de buurt.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Feucht
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
—
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.285 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (lichtgetal 7) is vereist voor een optimale bloei.
Bodem: De bodem dient constant vochtig (vochtigheidsgetal 7) en voedselarm te zijn.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar tot de eerste vorst.
Hoogte: De plant bereikt een hoogte van 0,29 m.
Bodemvoorbereiding: Bij te voedselrijke grond kan de bodem worden verschraald met zand.
Vermeerdering: Verspreiding van de zaden (0,4535 mg) vindt plaats via wind en water.
Onderhoud: Snoeien is niet nodig; de bodem mag niet volledig uitdrogen.
Combinaties: Geschikt in combinatie met Caltha palustris of Myosotis scorpioides.
Ranunculus flammula agg. behoort tot de familie Ranunculaceae en is een inheemse soort in Centraal-Europa. Het natuurlijke habitat bestaat uit vochtige graslanden, sloten en oevers met een neutrale tot zwak zure bodem. Het is een overblijvende, kruidachtige plant die zich heeft aangepast aan wisselende waterstanden in gematigde klimaten.
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →