
Rosa glauca
2
Soorten
interageren
2
Interacties
gedocumenteerd
1
Gastheerrelaties
Soorten
Rosa glauca valt op door de berijpte, blauw-violette bladeren. De soort staat op de Rode Lijst en is daarmee ecologisch waardevol. De struik fungeert als belangrijke waardplant voor gespecialiseerde soorten zoals de rozenbladwesp (Allantus cinctus) en de wapendrager (Phalera bucephala). In de winter vormen de rozenbottels een energiebron voor vogels.
Blauw blad en rode vruchten: een bedreigde wilde roos als waardplant voor rupsen.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Deze wilde roos trekt gespecialiseerde insecten aan. De bladeren dienen als voedselbron voor de larven van de rozenbladwesp (Allantus cinctus) en de rupsen van de wapendrager (Phalera bucephala). De enkelvoudige bloemen bieden pollen voor wilde bijen. In het najaar en de winter dienen de rozenbottels als wintervoedsel voor vogels. Vanwege de status op de Rode Lijst (categorie 3) draagt elke struik bij aan het behoud van de regionale biodiversiteit.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
Jun – Jul
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
2.026 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een volledig zonnige plek.
Bodem: De roos heeft een gemiddelde voedingsbehoefte en geeft de voorkeur aan verse, matig vochtige tuingrond.
Planttijd: De ideale plantperiode is van maart tot mei of in het najaar van september tot eind november, mits de bodem niet bevroren is.
Onderhoud: Snoeien is zelden nodig; indien gewenst kan elke paar jaar oud hout tot bij de grond worden verwijderd.
Symbiose: De plant vormt een VAR-mycorrhiza, wat de opname van voedingsstoffen bevordert.
Combinatie: Een geschikte partner is Origanum vulgare. Beide soorten gedijen op zonnige locaties en vullen elkaar aan: de roos bloeit in de vroege zomer, terwijl Origanum vulgare de insecten in de hoogzomer van voedsel voorziet.
Rosa glauca behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en is inheems in delen van Centraal-Europa. In de natuur groeit de soort bij voorkeur in struwelen en aan bosranden in bergachtige gebieden. Kenmerkend zijn de opgaande, boogvormig overhangende groeiwijze en de opvallende waslaag op de bladeren, die dient als bescherming tegen verdamping. Als archeofyt is de soort aangepast aan het lokale klimaat.
1 video over Rosa glauca
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
•Foto: © Adobe Stock / AdobeStock_457801345
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →