Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieRosa obtusifolia agg.
Rosa obtusifolia agg. kenmerkt zich door de doffe, ronde bladeren en een compacte, struikvormige groeiwijze. Als inheemse houtige plant vormt deze soort een waardevol onderdeel van de structuur in een natuurlijke tuin en biedt ze een belangrijke leefomgeving in heggen. De soort is uitstekend aangepast aan het lokale klimaat en vereist weinig onderhoud. Door de beperkte omvang is deze wilde roos geschikt voor tuinen waar een compacte struik gewenst is. Voor het bevorderen van de biodiversiteit is deze struik een geschikte keuze voor de erfafscheiding.
Compacte wilde schoonheid: de inheemse roos voor structuur op een hoogte van 1,45 meter.
Als inheemse struik levert Rosa obtusifolia agg. een belangrijke bijdrage aan de ecologische diversiteit. De houtige structuur biedt het hele jaar door schuilplaatsen voor de lokale fauna. Het bladoppervlak van 3162 mm² per blad duidt op een efficiënte fotosynthese en biomassa-productie, wat als basis dient voor diverse kleine organismen. De soort is een betrouwbaar onderdeel van het regionale ecosysteem en fungeert in de tuin als stapsteenbiotoop voor migrerende soorten.
Rosa obtusifolia agg. is niet kindvriendelijk. Zoals de meeste wilde rozen bezit de plant stekels die bij onvoorzichtigheid tot krassen of kleine verwondingen kunnen leiden. Het dragen van handschoenen tijdens tuinwerkzaamheden, zoals snoeien, is raadzaam.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Bioregio
Continental
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
1.446 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een standplaats met voldoende licht, bij voorkeur in een gemengde heg of als solitair.
Houd bij het planten rekening met de eindhoogte van 1,45 m.
De beste planttijd is in het najaar (september tot november) of in het voorjaar (maart tot mei), mits de bodem vorstvrij is.
De bodem dient goed doorlatend te zijn; bij zware grond kan zand worden toegevoegd voor een betere drainage.
Snoeien is bij deze wilde roos nauwelijks nodig, al kan oud hout eens in de paar jaar bij de grond worden verwijderd.
Als houtige plant is de soort zeer langlevend en is in de winter geen extra bescherming nodig.
Bemesting is in normale tuingrond niet nodig, aangezien de inheemse soort zeer sober is.
Goede partner: Crataegus monogyna – beide soorten delen hetzelfde habitat aan de bosrand en vullen elkaar aan in een ecologische heg.
Rosa obtusifolia agg. behoort tot de familie van de roosachtigen (Rosaceae). De soort is inheemse flora en komt van nature voor in struwelen, bosranden en zoomvegetaties (overgangszones tussen bos en open land). Als houtige struik bereikt de plant een hoogte van 1,45 m. Een botanisch kenmerk zijn de breedbladige bladeren met een bladoppervlak van circa 3162 mm². Taxonomisch wordt de soort vaak ingedeeld bij de groep van de hondsrozen, maar onderscheidt zich door de specifieke bladvorm van verwante soorten.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →