Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieRosa squarrosa
Rosa squarrosa is herkenbaar aan de haakvormig gekromde stekels en de kelkbladeren die na de bloei opvallend teruggeslagen zijn. Als robuuste, inheemse struik biedt deze plant dichte schuilplaatsen en veilige broedplaatsen voor de fauna. De bloemen fungeren in de vroege zomer als pollenbron, terwijl de vitaminehoudende rozenbottels in de winter een belangrijke energiebron vormen voor vogels.
Weerbare natuurlijke bescherming: een stekelige schuilplaats en wintervoorraad voor vogels.
Omdat er voor deze specifieke soort geen gedetailleerde bestuivergegevens beschikbaar zijn, wordt de plant beschouwd als een waardevolle generalist voor het ecosysteem. De bloemen bieden een rijk aanbod aan pollen voor kevers en zweefvliegen. De dichte, stekelige structuur maakt de struik een ideale broedplaats voor zangvogels. In het najaar en de winter vormen de rode rozenbottels een belangrijke voedselvoorraad voor vogels zoals de groenling (Chloris chloris).
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Bioregio
Continental
Kies voor Rosa squarrosa een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats.
De plant is weinig eisend en gedijt in vrijwel elke normale tuingrond, met een voorkeur voor basenrijke (kalkhoudende) bodems.
De beste planttijd is tussen maart en mei of in het najaar van september tot eind november, zolang de bodem niet bevroren is.
Regelmatig snoeien is niet noodzakelijk, maar bevordert indien gewenst de vertakking van de struik.
Omdat de plant uitlopers kan vormen, is een breedte van ongeveer twee meter aan te bevelen.
Vermeerdering is het eenvoudigst via stekhout (houtige takstukken zonder bladeren) tijdens de winterrust.
Als ideale begeleidende plant wordt Acer campestre aanbevolen. Deze combinatie vormt een natuurlijke plantengemeenschap en biedt vogels door het dichte vlechtwerk bescherming tegen predatoren.
Rosa squarrosa behoort tot de familie van de roosachtigen (Rosaceae) en wordt gerekend tot de groep van de hondsrozen. De soort is inheems en vestigt zich bij voorkeur aan bosranden en in heggenlandschappen op drogere standplaatsen. De struik kenmerkt zich door een boogvormig overhangende groeiwijze en een krachtige beharing met stekels. De bladeren zijn oneven geveerd, wat betekent dat aan een bladsteel meerdere bladparen en een enkel eindblad zitten.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →