Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieRubus allegheniensis
24
Soorten
interageren
26
Interacties
gedocumenteerd
5
Gastheerrelaties
Soorten
Rubus allegheniensis kenmerkt zich door krachtige, vaak rechtopstaande stengels en witte bloeiwijzen in de vroege zomer. Als neofyt is deze soort inmiddels ingeburgerd en biedt ecologische waarde voor vlinders zoals het kalkgraslanddikkopje (Spialia sertorius) en het klein koolwitje (Pieris rapae).
Een waardevolle bron voor diverse dikkopjes en parelmoervlinders.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Rubus allegheniensis dient als voedselbron voor gespecialiseerde dikkopjes zoals het kalkgraslanddikkopje (Spialia sertorius) en Muschampia tessellum. Ook zeldzame parelmoervlinders, waaronder Boloria polaris en Boloria frigga, bezoeken de witte bloemen. Naast de honingbij (Apis mellifera) wordt de plant bezocht door het klein koolwitje (Pieris rapae). De soort is een belangrijke hulpbron voor de daguil (Pyrrhia umbra) en de prachtkever Agrilus cyanescens. De stengels bieden in de winter beschutting, terwijl de vruchten in de nazomer dienen als energiebron voor vogels.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
Mai – Jul
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
1.056 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een zonnige plek voor een optimale rijping van de vruchten.
Bodem: De soort heeft een voorkeur voor een verse bodem die gelijkmatig matig vochtig blijft.
Voedingsstoffen: Als plant met een gemiddelde voedingsbehoefte volstaat een normale tuingrond; een gift compost in het voorjaar is optioneel.
Planttijd: Aanplanten van maart tot mei of in het najaar van september tot november, mits de bodem bewerkbaar is.
Onderhoud: Vanwege de krachtige groei dienen oude stengels na de oogst tot bij de grond te worden teruggesnoeid.
Vermeerdering: De plant vermeerdert zich via worteluitlopers, die naar behoefte kunnen worden afgestoken.
Combinatie: Geschikt in combinatie met Rosa canina, aangezien beide soorten vergelijkbare standplaatseisen hebben en samen een beschermend struweel vormen voor vogels en kleine dieren.
Rubus allegheniensis behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en is afkomstig uit Noord-Amerika. Als gevestigde neofyt komt de soort voor in de vrije natuur en in tuinen. De plant gedijt op zonnige standplaatsen met een verse, matig vochtige bodem. Een botanisch kenmerk is de symbiose met AM-mycorrhiza, een nuttige wortelschimmel die de opname van voedingsstoffen uit de bodem bevordert.
1 video over Rubus allegheniensis
18 soorten interageren met deze plant
5 soorten gebruiken deze plant als gastheer
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →