Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieRubus buhnensis
12
Soorten
interageren
12
Interacties
gedocumenteerd
Rubus buhnensis is herkenbaar aan de stevige, gestekelde stengels en de karakteristieke vijftallige bladeren. Als inheemse wilde soort vormt deze plant een waardevolle toevoeging aan een natuurlijke tuin, aangezien zij een essentiële levensbasis biedt voor gespecialiseerde dagvlinders zoals het kalkgraslanddikkopje (Spialia sertorius). In tegenstelling tot gecultiveerde tuinvariëteiten behoudt deze soort haar ecologische functie en levert zij een directe bijdrage aan de lokale biodiversiteit.
Natuurlijke schuilplaats: Een magneet voor zeldzame dikkopjes.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Deze wilde braam is een essentiële nectarplant voor gespecialiseerde vlindergroepen. Met name dikkopjes zoals het kalkgraslanddikkopje (Spialia sertorius), de Spialia orbifer en de Muschampia tessellum profiteren van de bloemen. Ook parelmoervlinders zoals Boloria polaris en Boloria frigga worden als bezoekers geregistreerd. De dichte, doornige stengels bieden vogels een veilige nestgelegenheid. In de winter dienen de takken als overwinteringsplaats voor nuttige insecten.
Rubus buhnensis is niet giftig, maar vanwege de krachtige stekels niet kindvriendelijk. In tuinen met kleine kinderen is het raadzaam de plant in randzones te plaatsen om krassen te voorkomen. De vruchten zijn eetbaar, maar de oogst vereist voorzichtigheid vanwege de stekelige takken.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
—
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Licht: Kies een plek in de volle zon (minimaal zes uur direct zonlicht).
Vocht: De bodem dient vers (matig vochtig) te zijn; voorkom uitdroging, maar vermijd wateroverlast.
Voedingsstoffen: Een normale, middelzware tuingrond is ideaal; extra bemesting is doorgaans niet nodig.
Bodemreactie: De plant geeft de voorkeur aan neutrale tot zwak zure bodemomstandigheden.
Planttijd: Planten kan in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), mits de bodem niet bevroren is.
Plantafstand: Houd een afstand van 1,5 tot 2 meter aan voor een vrije ontwikkeling van de stengels.
Symbiose: De soort maakt gebruik van AM-mycorrhiza; zie af van minerale kunstmest.
Goede partner: Knautia arvensis deelt de voorkeur voor zonnige standplaatsen en vormt een uitstekende aanvulling op het voedselaanbod voor insecten.
Rubus buhnensis behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en is inheems in Duitsland. De natuurlijke habitat bestaat uit zonnige bosranden en heggen op verse, matig vochtige bodems. Als struik van de gematigde klimaatzone is de plant aangepast aan matig warme temperaturen. Morfologisch kenmerkt de soort zich door boogvormig overhangende, gestekelde scheuten, typerend voor de sectie van de echte bramen binnen het geslacht Rubus.
12 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →