Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieRumex cristatus
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Rumex cristatus is herkenbaar aan de opvallende vruchtkleppen met fijn getande of kamvormige randen. Als kruidachtige plant draagt deze soort bij aan de structuur binnen de familie Polygonaceae. De plant is een toevoeging voor natuurlijke tuinen en bereikt een hoogte van 0,58 meter op zonnige standplaatsen.
Structuurplant voor de natuurlijke tuin: Rumex cristatus met een hoogte van 0,58 meter.
Er zijn geen specifieke gegevens bekend over interacties met bestuivers of rupsen voor Rumex cristatus. De plant fungeert als structuurgever in de kruidlaag. De droge zaadstanden kunnen in de winter dienen als schuilplaats voor kleine organismen.
Rumex cristatus is niet veilig voor consumptie. Vanwege het mogelijke gehalte aan oxaalzuur dient inname te worden vermeden. Bij vragen over vergiftigingsverschijnselen dient contact te worden opgenomen met een antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Planthoogte
0.58 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Planttijd: april, op een zonnige standplaats.
Bodem: voedingsrijke bodem, passend bij de groeiomstandigheden op ruderale locaties.
Ruimte: houd rekening met de eindhoogte van 0,58 m om lichtconcurrentie te voorkomen.
Water: de bodem gelijkmatig vochtig houden, maar wateroverlast vermijden.
Onderhoud: de afgestorven bovengrondse delen kunnen aan het einde van de winter tot aan de grond worden teruggesnoeid.
Uitzaai: controleer of uitzaai gewenst is; verwijder uitgebloeide bloemen indien nodig om verspreiding te voorkomen.
Combinatie: Centaurea jacea is een geschikte partner met vergelijkbare standplaatseisen.
Rumex cristatus behoort tot de familie Polygonaceae en de orde Caryophyllales. De soort groeit bij voorkeur op ruderalen, zoals puinhellingen of wegbermen. Het is een kruidachtige plant die in de winter bovengronds afsterft. De plant bereikt een vaste hoogte van 0,58 m en kenmerkt zich door een opvallende bloei- en vruchtvorming.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →