Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieSalix cinerea subsp. cinerea
7
Soorten
interageren
7
Interacties
gedocumenteerd
Salix cinerea subsp. cinerea is herkenbaar aan de dofgrijze bladeren met een zachte beharing aan de onderzijde en de karakteristieke groeiwijze als robuuste struik. Deze inheemse soort vervult een sleutelfunctie voor de biodiversiteit, aangezien de plant na de winter een van de eerste belangrijke voedselbronnen vormt. Verschillende vlindersoorten, zoals de rouwmantel (Nymphalis antiopa) en de grote weerschijnvlinder (Apatura iris), bezoeken de struik gericht. De plant is weinig veeleisend en gedijt uitstekend op een vochtige standplaats, waar zij een waardevol toevluchtsoord biedt voor inheemse insecten.
Vroege nectarbron voor zeldzame vlinders op een compacte hoogte van 3,46 meter.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Salix cinerea subsp. cinerea fungeert als een belangrijke nectarplant voor gespecialiseerde vlinders. De struik dient als leefgebied en voedselbron voor de grote weerschijnvlinder (Apatura iris) en de gehakkelde aurelia (Polygonia c-album). Ook zeldzamere soorten zoals de grote vos (Nymphalis xanthomelas) en de rouwmantel (Nymphalis antiopa) profiteren van deze soort. De lichte zaden (0,0687 mg) worden in de vroege zomer door de wind verspreid. Door de vroege bloei biedt de plant een essentiële energiebron direct na de winterrust.
Salix cinerea subsp. cinerea is niet geschikt voor consumptie; plantendelen zoals de schors bevatten bitterstoffen. Bij accidentele inname wordt geadviseerd direct contact op te nemen met een antigifcentrum.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Feucht
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
—
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
3.456 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: zon tot lichte halfschaduw (Ellenberg-lichtgetal 7).
Bodem: gelijkmatig vochtig; de plant verdraagt droogteperiodes slecht.
Voedingsbehoefte: matig; normale tuingrond volstaat zonder extra bemesting.
Planttijd: voorjaar (maart tot mei) of najaar (vanaf september, zolang de bodem open is).
Ruimte: houd rekening met een hoogte van 3,46 m bij het bepalen van de afstand tot gebouwen.
Snoei: mogelijk na de bloei, om het aanbod voor bestuivers niet te verstoren.
Combinatie: Symphytum officinale is een geschikte partner vanwege de vergelijkbare behoefte aan bodemvochtigheid.
Salix cinerea subsp. cinerea behoort tot de familie van de wilgenachtigen (Salicaceae) en is een inheemse soort. Het natuurlijke habitat omvat moerassen, oevers en vochtige struwelen, waardoor de plant fungeert als indicator voor een vochtige bodem. Met een hoogte van 3,46 m blijft de struik relatief compact. Een specifiek kenmerk zijn de knoppen, die onder de schors fijne lengtelijsten vertonen. De plant vormt een symbiose met bodemschimmels (arbusculaire mycorrhiza), wat de nutriëntenopname bevordert.
7 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →