
Sambucus racemosa
43
Soorten
interageren
44
Interacties
gedocumenteerd
3
Gastheerrelaties
Soorten
Sambucus racemosa kenmerkt zich door opstaande, kegelvormige bloeiwijzen en scharlakenrode bessen die in de zomer rijpen. De vruchten vormen een vroege voedselbron voor vogelsoorten zoals de kramsvogel.
Vroege voedselbron voor vogels in de zomer
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De bessen van Sambucus racemosa dienen als voedselbron voor vogels zoals de kramsvogel (Turdus pilaris), de grote lijster (Turdus viscivorus), het roodborstje (Erithacus rubecula) en de groenling (Chloris chloris). De struik fungeert tevens als waardplant voor de rupsen van de sleedoornspanner (Angerona prunaria).
De bessen van Sambucus racemosa zijn in rauwe toestand giftig en kunnen misselijkheid veroorzaken. Verwarring met de eetbare Sambucus nigra is mogelijk; Sambucus racemosa onderscheidt zich door rode bessen in kegelvormige pluimen, terwijl Sambucus nigra zwarte bessen in platte schermen draagt.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Starkzehrer (Nährstoffreicher/Fetter Boden)
Bloeitijd
Apr – Mai
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
2.439 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Halfschaduw.
Bodem: Humusrijke en voedselrijke bodem.
Vochtigheid: De bodem dient vers (matig vochtig) te blijven.
Planttijd: Maart tot mei of september tot november, mits de bodem vorstvrij is.
Onderhoud: Snoeien is niet strikt noodzakelijk, maar oud hout kan bij de grond worden verwijderd om jonge scheuten te bevorderen.
Vermeerdering: Via houtige stekken tijdens de winterrust.
Sambucus racemosa behoort tot de familie Adoxaceae en is inheems in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. De soort groeit bij voorkeur aan bosranden, op open plekken en in struwelen op verse, voedselrijke bodems. De struik bereikt een hoogte van maximaal vier meter en heeft takken met een kaneelbruin merg. De bloemen staan in dichte, eivormige pluimen. De soort wordt in de regio als niet bedreigd beschouwd.
7 soorten interageren met deze plant
3 soorten gebruiken deze plant als gastheer
33 andere soorten bezoeken de bloemen
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
•Foto: © Adobe Stock / AdobeStock_280878978
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →