Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieSchistidium rivulare
Schistidium rivulare is herkenbaar aan de donkergroene tot bijna zwarte kussens op stenen direct in of bij het water. Het vormt dichte, vaak korstachtige matten die bestand zijn tegen sterke stroming. Als epilithische soort koloniseert het kale, vochtige stenen in de spatwaterzone. Het biedt een beschermde leefomgeving voor kleine organismen zoals springstaarten (Collembola).
Een robuuste soort voor natte stenen en levendige beeklopen.
Schistidium rivulare vervult een belangrijke functie in het micro-ecosysteem bij het water door als habitat te dienen voor gespecialiseerde kleine organismen. De ecologische waarde ligt primair in het bieden van structuur en schuilplaatsen voor kleine ongewervelden in een anders kale, stenige omgeving. De kussens blijven in de winter groen en bieden zo ook tijdens koude maanden dekking voor organismen die nabij het water overwinteren.
Er zijn geen gegevens bekend over de toxiciteit van Schistidium rivulare. De standplaats op natte stenen brengt een risico op uitglijden met zich mee. Er is geen direct verwarringsgevaar met bekende giftige bloemplanten.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Schistidium rivulare vereist een standplaats die de natuurlijke habitat nabootst: natte of constant vochtige stenen.
Een locatie in de spatwaterzone van een beekloop of aan een schaduwrijke vochtige oever is ideaal.
De ondergrond moet bestaan uit vast gesteente; tuingrond is niet geschikt.
Plantperiode: maart tot mei of september tot november, mits er geen vorst is.
Druk kleine moskussens stevig op de vochtige stenen; fixatie met dun visdraad kan in de beginfase helpen.
Voorkom uitdroging van het mos, vooral in de eerste weken na vestiging.
Bemesting is niet nodig, aangezien mossen voedingsstoffen direct uit water en lucht opnemen.
Caltha palustris is een geschikte partner aan de oever, aangezien deze soort dezelfde constante vochtigheid vereist.
Schistidium rivulare behoort tot de familie Grimmiaceae. Het is een gespecialiseerde steenbewoner (epiliet) die voornamelijk groeit op kalkhoudend of basenrijk gesteente in stromend water. Morfologisch kenmerkt de soort zich door gaffelvormig vertakte stengels en kapsels die vrijwel volledig in de bovenste bladeren zijn verzonken. In de natuur komt de soort voor in de amfibische zone, waar steen en water elkaar ontmoeten.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →