Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieScutellaria columnae
Scutellaria columnae valt op door de rechtopstaande bloeiwijzen met karakteristieke paarse 'helmen'. Deze kruidachtige vaste plant bereikt een hoogte van 0,6 m en is geschikt voor halfschaduwrijke locaties. De plant draagt bij aan de structuur in natuurlijke beplantingen en verspreidt zich via zaad. Vanwege de classificatie als niet kinderveilig is een zorgvuldige standplaatskeuze vereist.
Paarse helmvormige bloemen: 60 centimeter structuur voor de halfschaduwrijke bosrand.
Scutellaria columnae fungeert als structuurgever in de kruidlaag van bosranden. De lichte zaden (2,6 mg) maken verspreiding via de wind mogelijk, wat bijdraagt aan de verbinding van habitats. De vorm van de lipbloemen biedt een specifieke voedselbron voor bestuivers die in staat zijn de bloem te openen. In de holle, verdroogde stengels vinden kleine geleedpotigen in de winter een schuilplaats.
Scutellaria columnae is geclassificeerd als niet kinderveilig. In tuinen waar kinderen spelen, dient de plant op een niet-toegankelijke plek te worden geplaatst om consumptie te voorkomen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.6 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een halfschaduwrijke standplaats, zoals een lichte bosrand of de wisselende schaduw van bomen.
Zorg voor een goed doorlatende bodem; vermijd wateroverlast in de wortelzone.
De ideale planttijd is in het voorjaar tussen maart en mei of in het najaar tot de eerste vorst.
Hanteer een plantafstand van circa 35 centimeter voor deze 0,6 m hoge vaste plant.
Omdat de plant niet verhout, kunnen de verdroogde stengels in de late winter tot aan de grond worden teruggesnoeid.
Vermeerdering vindt vaak plaats via natuurlijke uitzaai, waarbij de zaden (2,6 mg) door de wind worden verspreid.
Scutellaria columnae behoort tot de familie Lamiaceae, herkenbaar aan de tweelippige bloemen. De soort is inheems in Zuidoost-Europa en gedijt op halfschaduwrijke plekken zoals lichte bosranden. De plant is kruidachtig, niet-verhoutend en heeft breed blad. Met een hoogte van 0,6 m vormt zij een middenlaag in de beplanting. Een morfologisch kenmerk is het kelkvormige aanhangsel op de bloem, dat na de bloei de zaden beschermt.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →