Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieSilene conoidea
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Silene conoidea onderscheidt zich door opvallende, kegelvormige kelkbladeren die kenmerkend zijn voor deze soort binnen de familie Caryophyllaceae. Als eenjarige plant voltooit zij haar levenscyclus binnen één jaar. De verspreiding vindt plaats via zeer lichte zaden, waardoor de soort in staat is om zelfstandig nieuwe open plekken te koloniseren. De plant gedijt in zonnige, open habitats en voegt in de nazomer een specifieke structuur toe aan de vegetatie.
Kegelvormige bloeiwijze: de late bloei in september verrijkt de tuin.
Silene conoidea bloeit in september en biedt hiermee een voedselbron in het najaar. De zaden (diasporen) wegen 1,106 mg, wat verspreiding door de wind mogelijk maakt en bijdraagt aan de genetische diversiteit in de regio. Als niet-verhoutende plant biedt zij in de nazomer een kruidachtige structuur. Kleine organismen gebruiken de kelkbladeren regelmatig als tijdelijke schuilplaats.
Silene conoidea is niet veilig voor consumptie. Voorkom dat kinderen of huisdieren plantendelen eten. Bij inname direct contact opnemen met een medische hulpdienst. Plaats de plant zodanig dat verwarring met eetbare wilde kruiden wordt uitgesloten.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Sep – Sep
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Zaaitijd: De beste periode voor zaaien in de volle grond is het voorjaar, tussen maart en mei.
Standplaats: Kies een zonnige plek; de soort prefereert open, warme locaties.
Bodemgesteldheid: De bodem dient goed doorlatend en bij voorkeur voedselarm te zijn om wateroverlast te voorkomen.
Waterbehoefte: Matig water geven is voldoende; de plant verdraagt drogere omstandigheden goed.
Vermeerdering: Door het lage gewicht van de zaden (1,106 mg) verspreidt de soort zich effectief via de wind.
Onderhoud: Snoeien is niet nodig, aangezien de plant eenjarig is en na de zaadrijping afsterft.
Bodembewerking: Open bodemplekken bevorderen de natuurlijke kieming van de zaden.
Goede partner: Scabiosa columbaria — deze soort prefereert vergelijkbare droge standplaatsen en vormt een ecologische aanvulling in een natuurlijke plantengemeenschap.
Silene conoidea behoort tot de familie Caryophyllaceae en is een kruidachtige, niet-verhoutende plant. In Europa komt de soort voor in zonnige, open habitats op kalkrijke bodems. Een opvallend kenmerk is de morfologie van de kelkbladeren, die vergroeid zijn tot een karakteristieke kegel. Als therofyt doorloopt de plant haar gehele levenscyclus binnen één jaar en overleeft zij ongunstige seizoenen als zaad. De soort is breedbladig en maakt gebruik van windverspreiding voor de voortplanting.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →