Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieSilene otites subsp. otites
Silene otites subsp. otites is herkenbaar aan de kransstandige, geelgroene bloemtrossen op de stijve, opgaande stengels. Als inheemse soort staat deze plant op de Duitse Rode Lijst (categorie 3, kwetsbaar). De soort gedijt op schrale standplaatsen die voor veel andere planten te droog zijn.
Bedreigde Rode-Lijst-soort: een 27 cm hoog juweel voor droge zandgronden.
Omdat Silene otites subsp. otites in de natuur kwetsbaar is (Rode Lijst 3), fungeert de tuin als een belangrijke stapsteenbiotoop voor het behoud van de soort. De plant is aangepast aan extreme droogte en koloniseert locaties die essentieel zijn voor de ecologische verbinding van schrale graslanden. De vermeerdering vindt plaats via zeer lichte zaden die door de wind over grote afstanden worden verspreid. De soort geeft de voorkeur aan neutrale tot zwak zure bodems en draagt bij aan de diversiteit op zandgronden.
Silene otites subsp. otites is niet veilig voor consumptie. Zoals veel soorten uit de anjerfamilie bevat de plant saponinen, die bij inname ongemak kunnen veroorzaken. Plaats de plant daarom buiten het bereik van kleine kinderen, bijvoorbeeld achter in een rotstuin of schraal bordergedeelte.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
—
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.265 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Licht: Kies een volledig zonnige standplaats (lichtgetal 8), bij voorkeur met minimaal 6 tot 8 uur direct zonlicht.
Bodem: De bodem moet schraal zijn (zwakke groeier). Gebruik een mengsel met een hoog zand- of grindgehalte om wateroverlast te voorkomen.
Vochtigheid: Houd de plant droog (vochtigheidsgetal 2). Eenmaal gevestigd is extra water geven nauwelijks nodig.
Planttijd: Jonge planten in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november) planten.
Afstand: Houd een plantafstand van circa 20 cm aan voor een goede ontwikkeling van de rozetten.
Onderhoud: Snoeien is niet nodig. Laat de zaadstanden in de winter staan, aangezien de lichte zaden (0,2148 mg) door de wind worden verspreid.
Plantpartners: Geschikte buren zijn Dianthus carthusianorum of Festuca ovina, omdat deze vergelijkbare eisen stellen aan droge, schrale standplaatsen.
Silene otites subsp. otites behoort tot de familie van de anjerfamilie (Caryophyllaceae). De soort is inheems in Centraal-Europa en groeit bij voorkeur op xerotherme graslanden en steppenheide. De plant vormt een bladrozet waaruit de bloeiwijze ontspringt. De plant bereikt een hoogte van exact 0,27 m en is niet verhoutend. Een bijzonder kenmerk is de tweehuizigheid, waarbij er afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke exemplaren bestaan.
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →