Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieSolanum sisymbriifolium
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Solanum sisymbriifolium valt op door de opvallende stekels op de stengels en kelkbladeren, gecombineerd met diep ingesneden bladeren. De plant bereikt een hoogte van 1,75 m en biedt met een bloeiperiode van augustus tot oktober een late visuele toevoeging aan zonnige locaties.
Weerbare verschijning: 1,75 meter hoge late bloeier voor zonnige plekken.
Door de late bloeiperiode van augustus tot oktober biedt Solanum sisymbriifolium een aanvulling in het tuinseizoen. Er zijn geen specifieke interactiegegevens met insecten bekend; de ecologische waarde ligt primair in de biomassa en structuur. De zaden (2,65 mg) maken verspreiding via de wind mogelijk. De aanzienlijke hoogte biedt dekking voor bodembewonende kleine dieren.
De plant is in alle delen giftig, met name de onrijpe bessen en het kruid. De plant bevat alkaloïden zoals solanine en solasodine, die bij inname tot vergiftigingsverschijnselen kunnen leiden. Draag handschoenen tijdens onderhoudswerkzaamheden vanwege de scherpe stekels. Raadpleeg bij inname direct een arts of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Aug – Okt
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
1.75 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige standplaats om de maximale hoogte van 1,75 m te bereiken.
De bodem dient voedselrijk en goed doorlatend te zijn; vermijd wateroverlast.
Plant in het voorjaar (april tot mei), zodra er geen kans meer is op zware nachtvorst.
Houd een plantafstand van 60-80 cm aan vanwege de brede groeiwijze.
Geef bij droogte regelmatig water aan de basis.
De zaden wegen 2,65 mg en worden door de wind verspreid; verwijder uitgebloeide bloemen om zelfuitzaaiing te beperken.
Snoei is pas in de late winter nodig, aangezien de verdroogde stengels in de winter voor structuur zorgen.
Deze kruidachtige plant behoort tot de familie Solanaceae en is niet-verhoutend. In de regio Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland komt de soort incidenteel voor als onbestendige neofyt op ruderalterreinen. Met een bladoppervlak van 1700,16 mm² benut de plant zonlicht voor een snelle groei. De bloei vindt plaats van augustus tot oktober, waarna de karakteristieke vruchten zich vormen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →