Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieSpartina anglica
Spartina anglica valt op door de stijve, rechtopstaande stengels en dichte groeiwijze. Als pioniersoort is het een effectieve stabilisator voor modderige, natte bodems. Hoewel er geen specifieke gegevens over bestuivers bekend zijn, biedt het dichte bladerdek structuur en bescherming voor de bodemfauna. De soort is geschikt voor uitdagende, zoute of permanent vochtige locaties.
Robuuste bodemstabilisator voor natte en zoute locaties met een hoogte van 0,87 m.
In de natuur draagt Spartina anglica bij aan kustbescherming door sedimenten te binden en de bodem te stabiliseren. De zware zaden (12,1 mg) dienen als voedsel voor bodembewoners. De dichte groeiwijze biedt schuilplaatsen voor amfibieën en kleine ongewervelden nabij het water. De soort vult ecologische niches op locaties waar andere planten door vocht of zoutgehalte niet kunnen overleven.
Spartina anglica is niet kindvriendelijk. Plaats de plant buiten het bereik van spelende jonge kinderen. Bij accidentele consumptie dient contact te worden opgenomen met een antigifcentrum.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Feucht
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
—
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.866 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (Ellenberg Licht 8).
Bodem: Permanent vochtig tot nat (Ellenberg Feuchte 9), bij voorkeur een vochtige oever of moeraszone.
Bodemgesteldheid: Kalkhoudend of basisch (Ellenberg Reaktion 8); zure milieus worden vermeden.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november) bij vorstvrije bodem.
Hoogte: 0,87 m.
Verspreiding: De zware zaden (12,1 mg) verspreiden zich over korte afstanden.
Onderhoud: Terugsnoeien is niet nodig; de stengels bieden in de winter bescherming aan de wortelstok.
Combinatie: Aster tripolium gedijt op vergelijkbare vochtige, zoute locaties.
Spartina anglica behoort tot de familie van de grassen (Poaceae) en het geslacht Sporobolus. Als neofyt komt de soort voor in kustgebieden, zoals slikken en schorren. Het is een overblijvend gras dat dichte zoden vormt via krachtige wortelstokken (rhizomen). De plant is aangepast aan extreme omstandigheden, waaronder regelmatige overstromingen en een hoog zoutgehalte. Het bladoppervlak bedraagt 1697,0 mm².
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →