Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieSpiraea japonica
18
Soorten
interageren
45
Interacties
gedocumenteerd
2
Gastheerrelaties
Soorten
Spiraea japonica valt op door de platte, roze bloemschermen. Deze houtige struik bereikt een hoogte van 1,17 m en bloeit van juni tot september. De plant fungeert als rupswaardplant voor de ligusterpijlstaart (Sphinx ligustri) en de heide-oogspanner.
Belangrijke rupswaardplant voor de ligusterpijlstaart met een langdurige zomerbloei.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Spiraea japonica dient als voedselbron voor gespecialiseerde insecten. De bladeren fungeren als rupswaardplant voor de ligusterpijlstaart (Sphinx ligustri) en de heide-oogspanner. De bloeiperiode van juni tot september biedt nectar in de nazomer. De zaden (0,0548 mg) verspreiden zich via de wind. De struik draagt met een bladoppervlak van meer dan 3100 mm² bij aan lokale verdamping en verkoeling.
Spiraea japonica is niet veilig voor consumptie. Voorkom dat kinderen plantendelen in de mond steken. Raadpleeg bij inname direct een arts of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Sep
Nectarwaarde
5
Pollenwaarde
5
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
1.166 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon tot halfschaduw voor een optimale bloei.
Bodem: Doorlatend en matig vochtig; vermijd wateroverlast.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november) bij vorstvrije grond.
Ruimtegebruik: Houd rekening met een hoogte van 1,17 m.
Onderhoud: Een krachtige snoeibeurt in het vroege voorjaar bevordert de groei en bloei.
Vermeerdering: Eenvoudig via stekken.
Beheer: Vanwege de windverspreiding van de zaden is controle op ongewenste uitzaaiing in natuurlijke gebieden noodzakelijk.
Spiraea japonica behoort tot de familie Rosaceae. Als neofyt wordt de soort in tuinen aangeplant en vestigt zich soms in zonnige bosranden of struwelen. Het is een bladverliezende, houtige struik met een bladoppervlak van 3152,61 mm². Kenmerkend zijn de talrijke bloemen in dichte schermen. De zaden (diasporen) wegen 0,0548 mg en worden door de wind verspreid.
15 soorten interageren met deze plant
2 soorten gebruiken deze plant als gastheer
1 andere soorten bezoeken de bloemen
•EuPPollNet (Zenodo 10.5281/zenodo.14747448)
•DoPI - Database of Pollinator Interactions (UK)
•EuPPollNet (CC BY 4.0) – Hervías-Parejo et al. 2023, Zenodo doi:10.5281/zenodo.7985884
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•EuPPollNet — Kuppler et al. (2025), DOI: 10.1111/geb.70000 (CC BY 4.0)
•Database of Pollinator Interactions (DoPI) — Pocock et al. (2022), DOI: 10.1002/ecy.3801 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →