Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieSpiraea trilobata
Spiraea trilobata valt op door de karakteristieke drielobbige bladeren. De compacte struik bloeit in juni en juli uitbundig met witte bloemen. In deze periode vormt de plant een belangrijke nectarplant voor bestuivers, nadat de voorjaarsbloei is beëindigd. Door de houtachtige groeiwijze fungeert de struik het gehele jaar als structuurelement en schuilplaats voor kleine tuinbewoners.
Zomerse bloei: een robuuste struik met een hoogte van exact 1,21 m.
De bloeiperiode in juni en juli biedt een aanvullend aanbod voor zomeractieve bestuivers. De houtachtige takken en de hoogte van 1,21 m bieden een beschutte plek voor vogels. Het bladoppervlak van 235,16 mm² draagt bij aan de verbetering van het microklimaat door verdamping. De struik fungeert als structuurelement en biedt beschutting tegen wind voor laagvliegende bestuivers.
Spiraea trilobata is niet kindvriendelijk. Plaats de struik niet in de directe nabijheid van speelplaatsen of zandnestplekken.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Jul
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
1.21 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Plant de struik in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), mits de bodem bewerkbaar is.
Kies een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats voor een optimale bloei.
Zorg voor een goed doorlatende bodem; vermijd wateroverlast in de wortelzone.
Houd bij het planten rekening met de uiteindelijke hoogte van 1,21 m ten opzichte van naburige planten.
Snoeien is niet strikt noodzakelijk, maar kan na de bloei in juli worden uitgevoerd om de vorm te behouden.
Houd de bodem na aanplant gelijkmatig vochtig totdat de struik is aangeslagen.
Mulch de bodem in het voorjaar met compost om vocht vast te houden.
Spiraea trilobata behoort tot de familie van de roosachtigen (Rosaceae) en is inheems in open berggebieden in Azië. De soort gedijt op zonnige locaties, zoals rotsachtige oevers of bosranden. Kenmerkend zijn de brede bladeren die aan de top drielobbig zijn, met een oppervlakte van 235,16 mm². De struik bereikt een hoogte van exact 1,21 m en vormt een dichte, bossige habitus.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →