Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieStaphylea colchica
Staphylea colchica is herkenbaar aan de roomwitte bloemtrossen en de opvallende, opgeblazen doosvruchten. Deze houtige struik valt op door zijn structuur en breedbladige loof. De bloei vindt plaats in het vroege voorjaar, waarbij de plant beschutting biedt. Het is een onderhoudsarme heester die gedurende het jaar visuele variatie toevoegt aan de tuin.
Bijzondere blaasvruchten en een robuuste bladstructuur voor de tuin.
Als breedbladige heester biedt Staphylea colchica structurele voordelen in de tuin. Het dichte takkenstelsel dient als schuilplaats voor diverse organismen. Omdat de soort niet inheems is in Centraal-Europa, zijn er geen gegevens over gespecialiseerde insectenrelaties. De vroege bloei in april biedt een algemene voedselbron voor bestuivers.
Staphylea colchica is niet veilig voor consumptie. Voorkom dat kinderen plantendelen of vruchten in de mond steken. Er is een visuele gelijkenis met de inheemse Staphylea pinnata, waarvan de zaden traditioneel worden gebruikt; dit gebruik moet bij Staphylea colchica worden vermeden.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
1.5 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Planttijd voorjaar: Plant de struik bij voorkeur tussen maart en mei.
Planttijd najaar: Aanplant is ook mogelijk van september tot november, mits de bodem vorstvrij is.
Standplaats: Kies een zonnige tot halfschaduwrijke plek, bij voorkeur beschut tegen sterke wind.
Bodem: De voorkeur gaat uit naar een humusrijke en gelijkmatig vochtige bodem.
Waterbehoefte: Zorg voor voldoende water, vooral tijdens droge zomermaanden.
Plantafstand: Houd een afstand van minimaal 2,5 meter aan tot naburige heesters.
Onderhoud: Regelmatig snoeien is niet noodzakelijk, aangezien de plant van nature een kroon vormt.
Goede partner: Corylus avellana, die vergelijkbare bosrandcondities prefereert.
Staphylea colchica behoort tot de familie Staphyleaceae in de orde Crossosomatales. Het natuurlijke verspreidingsgebied omvat de regio rond de Zwarte Zee en de Kaukasus, waar de soort groeit in vochtige loofbossen. De plant groeit als een breedbladige, houtige struik of kleine boom. De vruchten zijn vliezige, opgeblazen doosvruchten die bij rijping rammelen in de wind.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →