Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieStrigamia crassipes
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Bij het omzetten van compost of het optillen van rottend hout kan een opvallend slanke, roodachtig gele bodembewoner worden aangetroffen. Strigamia crassipes behoort tot de orde van de Geophilomorpha, duizendpoten die zich volledig hebben aangepast aan een leven in de bodem. Met hun extreem dunne, draadvormige lichaam bewegen zij zich moeiteloos door nauwe holtes in de aarde. Omdat zij permanent in het donker leven, bezitten zij geen ogen, een verschijnsel dat anophthalmie wordt genoemd. Zij oriënteren zich met gevoelige tastorganen op de antennes en chemische sensoren over het gehele lichaam. Bij het voortbewegen trekken zij zich ritmisch samen en strekken zij zich uit, wat hen een grote beweeglijkheid in de poriën van de bodem geeft.
Voor mensen is Strigamia crassipes volledig ongevaarlijk. De gifkaken zijn te zwak om de menselijke huid te doorboren. In de tuin dragen zij als roofdieren in het bodemecosysteem bij aan het biologisch evenwicht. Zij worden ondersteund door het vermijden van chemisch-synthetische meststoffen en het toepassen van compostering. Een permanente bodembedekking van organisch materiaal biedt de nodige bescherming. Bij het blootleggen van een exemplaar tijdens tuinwerkzaamheden dient dit weer met wat aarde of blad te worden bedekt om uitdroging van de gevoelige huid door de zon te voorkomen.
Binnen de familie Linotaeniidae onderscheidt het geslacht Strigamia zich door een meestal roodachtige kleur. Strigamia crassipes bezit doorgaans tussen 47 en 57 paar poten, waarbij het exacte aantal binnen de soort varieert. Een belangrijk kenmerk zijn de krachtige gifkaken aan het kopsegment, de zogenaamde forcipulae. Dit zijn omgevormde looppoten waarmee zij in de verborgenheid kleine geleedpotigen of jonge regenwormen buitmaken. Omdat deze dieren zeer gevoelig zijn voor uitdroging, zijn zij afhankelijk van een stabiel microklimaat. In de tuin bevinden zij zich daarom vooral op plekken waar de bodem door mulch of afgevallen blad vochtig en humusrijk blijft, wat essentieel is voor hun ademhaling via het lichaamsoppervlak.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →