Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieTadorna ferruginea
Herkomst onbekend
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
4
Planten
bezocht
4
Interacties
gedocumenteerd
Tadorna ferruginea (Pallas, 1764) is herkenbaar aan het fel oranjebruine verenkleed, de lichtere kop en de luide, toeterende roep tijdens de vlucht. Deze vogel is een omnivoor en zoekt voedsel op zowel graslanden als in ondiepe oeverzones. In de tuin worden planten zoals de grote brandnetel (Urtica dioica subsp. dioica) of zevenblad als voedselbron benut. Ook de knoppen en jonge scheuten van de Noorse esdoorn en de vederesdoorn worden gegeten. Als holenbroeder zoekt de soort voor de voortplanting vaak naar oude boomholtes of beschutte nissen in gebouwen. In deze regio's is de vogel meestal een standvogel of een korte-afstandstrekker. Bij waarneming in de tuin is rust essentieel, aangezien de soort tijdens het broedseizoen zeer territoriaal reageert. Grote nestkasten in de nabijheid van vijvers kunnen bijdragen aan een veilige plek voor het grootbrengen van jongen. Het behoud van natuurlijke hoekjes met wilde kruiden biedt voldoende voedsel. In februari begint de zoektocht naar een geschikt broedterritorium.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Tadorna ferruginea is een beschermde wilde vogelsoort waarvan de nesten en legsels tijdens het broedseizoen niet verstoord mogen worden. Er is een gering risico op verwarring met de bergeend, die echter een opvallend zwart-wit-rood verenkleed heeft. Omdat de oudervogels hun territorium zeer energiek verdedigen, is het raadzaam om tijdens het grootbrengen van de jongen een respectvolle afstand te bewaren.
Körper
Vleugelspanwijdte
35.55 cm
Gewicht
1240 g
Fortpflanzung
Wurfgröße / Gelege
8, 1× pro Jahr
Bebrütungsdauer
28.75 Tage
Ausflugalter
55 Tage
Geschlechtsreife
~2 Jahre
Ernährung & Verhalten
Tadorna ferruginea behoort tot de familie van de eendvogels (Anatidae) binnen de orde van de ganzenvogels. In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland wordt de soort beschouwd als een neozoön die zich succesvol in de vrije natuur heeft gevestigd. De vogel koloniseert bij voorkeur open landschappen nabij water en vertoont een sterke sociale band tussen partners. De soort onderscheidt zich van de inheemse bergeend door het vrijwel volledig roestkleurige verenkleed zonder brede witte vlakken. De verspreiding in Europa neemt gestaag toe en omvat inmiddels ook regio's in België.
4 planten worden door deze soort bezocht
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Neff et al. (2025) — Swiss Moth Traits, DOI: 10.5281/zenodo.14506883 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →