Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieTaraxacum ochrochlorum
6
Soorten
interageren
6
Interacties
gedocumenteerd
Taraxacum ochrochlorum onderscheidt zich door de opvallend lichte, bleekgele tot bijna crèmewitte bloemhoofdjes. Deze zeldzame soort fungeert als gespecialiseerde nectarplant voor bedreigde vlindersoorten, waaronder diverse Melitaea-soorten zoals Melitaea phoebe en Melitaea varia. Als archeofyt vormt deze plant een historisch onderdeel van de flora.
Bleekgele bloemenpracht: een exclusieve nectarbron voor zeldzame vlinders.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Taraxacum ochrochlorum dient als belangrijke nectarplant voor gespecialiseerde vlinders. De soort wordt bezocht door onder andere Euphydryas desfontainii, Melitaea aetherie, Melitaea ornata, Vanessa virginiensis en Melitaea varia. Door de vroege bloeiperiode in het voorjaar en vroege zomer vult de plant een essentieel gat in het voedselaanbod voor insecten.
Het melksap van Taraxacum ochrochlorum kan bij huidcontact irritaties veroorzaken. Bij inname of klachten dient contact te worden opgenomen met een medische hulpdienst.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Bioregio
Mediterranean
Bladtype
Breitblättrig
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Planttijd voorjaar: Jonge planten of zaden van maart tot mei in de grond zetten.
Planttijd najaar: September en oktober zijn geschikt voor aanplant vóór de eerste vorst.
Standplaats: Volle zon is vereist voor een optimale bloei.
Bodem: Een doorlatende bodem is noodzakelijk om wateroverlast te voorkomen.
Waterbehoefte: Tijdens de groeifase regelmatig water geven; daarna is de plant goed bestand tegen droogte.
Vermeerdering: Laat zaadstanden staan voor natuurlijke uitzaai.
Onderhoud: Terugsnoeien is niet nodig; het laten staan van de bladeren beschermt de mycorrhiza in de bodem.
Goede partner: Centaurea jacea heeft vergelijkbare eisen en vormt een goede combinatie als nectarplant voor vlinders.
Taraxacum ochrochlorum behoort tot de familie Asteraceae en is inheems in Spanje, terwijl het in delen van Centraal-Europa als archeofyt voorkomt. De soort gedijt op zonnige, open locaties met schrale bodems. Kenmerkend zijn de penwortel, die toegang biedt tot diepere bodemlagen, en de basale bladrozet. De plant vormt een symbiose met arbusculaire mycorrhiza (AM), schimmels die de nutriëntenopname uit de bodem bevorderen.
6 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →