Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieLonicera tatarica
18
Soorten
interageren
21
Interacties
gedocumenteerd
5
Gastheerrelaties
Soorten
Lonicera tatarica is herkenbaar aan de paarsgewijs geplaatste, zachtroze tot witachtige bloemen. Deze bladverliezende struik vormt een belangrijke schakel in een biodiverse tuin en biedt waardevolle voeding aan gespecialiseerde vlindersoorten zoals de moerasparelmoervlinder (Euphydryas aurinia) en de bosparelmoervlinder (Melitaea diamina). De struik groeit bossig en bereikt doorgaans een hoogte van twee tot drie meter, wat hem geschikt maakt als natuurlijke afscheiding.
Inheemse struik als nectarplant voor zeldzame parelmoervlinders en wilde bijen.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De struik fungeert als nectarplant voor diverse vlinders en wilde bijen. In mei bezoeken onder andere de moerasparelmoervlinder (Euphydryas aurinia) en de bosparelmoervlinder (Melitaea didyma) de bloemen. Daarnaast is de plant een voedselbron voor de kleine koolwitje (Pieris rapae) en de honingbij. De roodpootgroefbij en de prachtkever Agrilus cyanescens (Ratzeburg, 1837) zijn eveneens afhankelijk van deze soort. De bessen dienen in de nazomer als energiebron voor vogels.
Lonicera tatarica is niet veilig voor consumptie. De rode bessen zijn giftig voor mensen en kunnen bij inname leiden tot braken en maag-darmklachten.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Jun
Bioregio
Continental
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
8.987 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: zonnig tot halfschaduw.
Bodem: matig droog tot vochtig; de plant is weinig veeleisend.
Planttijd: voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november).
Winterhardheid: volledig winterhard.
Snoei: niet strikt noodzakelijk, vormsnoei kan in de late winter plaatsvinden.
Bodemverbetering: de plant vormt AM-mycorrhiza, wat de bodemstructuur ten goede komt.
Watergift: in de eerste jaren bij langdurige droogte in de zomer incidenteel water geven.
Bemesting: doorgaans niet nodig; een gift compost in het voorjaar volstaat.
Combinatie: Cornus sanguinea is een geschikte partner voor een vogelvriendelijke haag.
Lonicera tatarica behoort tot de familie Caprifoliaceae. De struik kenmerkt zich door een opgaande, spreidende groeiwijze en tegenoverstaande, ovale bladeren zonder steunblaadjes. Dankzij een symbiose met mycorrhiza-schimmels is de plant goed aangepast aan diverse standplaatsen.
12 soorten interageren met deze plant
5 soorten gebruiken deze plant als gastheer
1 andere soorten bezoeken de bloemen
•EuPPollNet (Zenodo 10.5281/zenodo.14747448)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Middleton-Welling_2020
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →