Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieTeucrium flavum
Teucrium flavum is een robuuste halfstruik met lichtgele tot crèmewitte lipbloemen die contrasteren met het donkergroene, leerachtige blad. De plant is aangepast aan warme, droge omstandigheden en is geschikt voor zonnige standplaatsen zoals droge muren. De zaden zijn met een gewicht van 1,6 mg zeer licht, waardoor verspreiding via de wind mogelijk is.
Compacte zonaanbidder: met een hoogte van 0,39 m ideaal voor droge muren.
Teucrium flavum fungeert als een robuuste plant voor droge locaties. De lichte zaden (1,6 mg) maken verspreiding door de wind mogelijk, waardoor de plant ook geïsoleerde nissen kan koloniseren. Als verhoute halfstruik biedt de plant jaarrond structuur en dient tijdens de bloei als nectarplant voor bestuivers. De groenblijvende bladeren bieden in de winter een schuilplaats voor kleine ongewervelden.
Teucrium flavum is niet veilig voor consumptie. Plaats de plant buiten het bereik van kleine kinderen. Raadpleeg bij inname direct een arts of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Halbstrauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.387 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon, bij voorkeur bij een zuidmuur of in een rotstuin.
Bodem: Doorlatende, schrale en kalkhoudende grond; vermijd wateroverlast.
Groeihoogte: Compacte groei tot een hoogte van 0,39 m.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november) bij vorstvrije bodem.
Plantafstand: Houd een afstand van circa 30 cm aan.
Onderhoud: Een lichte snoei na de bloei bevordert de compacte groei en vitaliteit.
Winterbescherming: In koude regio's is afdekken met rijshout aanbevolen, aangezien de plant matig winterhard is.
Goede partner: Origanum vulgare, vanwege de gedeelde voorkeur voor droge, zonnige standplaatsen.
Teucrium flavum behoort tot de familie Lamiaceae binnen de orde Lamiales. De soort is inheems in het Middellandse Zeegebied en groeit bij voorkeur op droge, warme kalkgraslanden en zonnige rotsachtige bodems. Als halfstruik verhouten de scheuten aan de basis, terwijl de bovenzijde kruidachtig blijft. De breedbladige, groenblijvende bladeren zijn aangepast aan locaties met een hoge verdamping.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →