Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieThlaspi alpestre
Thlaspi alpestre valt op door de kleine, zuiver witte bloeiwijzen en de hartvormige hauwtjes, kenmerkend voor deze kruisbloemige. Met een compacte planthoogte van 0,11 m is deze soort een specialist voor kleine nissen en schrale standplaatsen. De plant is inheems in de Alpenregio en verspreidt zich via zeer lichte zaden door de wind. Deze soort is geschikt voor rotstuinen of droge muurtjes.
Fijn alpenjuweel: slechts 11 cm hoog, ideaal voor een droge muur.
In de tuin ecologie vervult Thlaspi alpestre de rol van pionierplant op schrale bodems. Het extreem lage gewicht van de zaden (0,2616 mg) maakt efficiënte verspreiding door de wind mogelijk. De ecologische focus ligt op de zaadverspreiding en de kolonisatie van open bodemplekken. Als inheemse soort van de Alpenregio draagt zij bij aan de regionale biodiversiteit, met name in alpine en subalpine gebieden.
Thlaspi alpestre is niet veilig voor kinderen. Niet aanplanten in gebieden waar kleine kinderen zonder toezicht spelen. Bij accidentele consumptie contact opnemen met de lokale hulpdiensten.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.113 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon, bij voorkeur in een rotstuin of op een droge muur.
Houd rekening met de geringe hoogte van 0,11 m om overwoekering door andere planten te voorkomen.
Planttijd voorjaar: Maart tot mei in vorstvrije grond.
Planttijd najaar: September tot november voor wortelvorming vóór de winter.
Bodem: Doorlatend en schraal; voeg indien nodig zand toe.
Watergift: Alleen tijdens langdurige droogte; vermijd wateroverlast.
Vermeerdering: Verspreidt zich via zelfuitzaaiing door middel van lichte zaden.
Combinatie: Anthyllis vulneraria is een geschikte partner vanwege vergelijkbare eisen aan licht en bodem.
Thlaspi alpestre behoort tot de familie van de kruisbloemigen (Brassicaceae). Als overblijvende, kruidachtige plant bereikt zij een hoogte van 0,11 m. In de Alpenregio koloniseert de plant van nature pionierstandplaatsen zoals puinhellingen of open berggraslanden. De plant is niet verhout en heeft breedbladige loofbladeren. De soort vertoont arbusculaire mycorrhiza (AM-type) voor een verbeterde opname van voedingsstoffen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →