Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieThymus praecox × pulegioides
Thymus praecox × pulegioides vormt dichte, kussenvormige tapijten met een hoogte van slechts 0,04 meter en verspreidt een fijne, kruidige geur. Deze dwergachtige halfstruik is aangepast aan droge en voedselarme omstandigheden. Door de platte groeiwijze beschermt de plant de bodem tegen uitdroging en biedt deze een habitat voor gespecialiseerde bewoners van schrale terreinen. De soort gedijt goed op zonnige muurkronen of in rotsspleten.
Slechts 4 centimeter hoog en toch een aanwinst voor droge rotstuinen.
Thymus praecox × pulegioides is een belangrijke bron voor insecten die gespecialiseerd zijn in droge, zonnige locaties. De bloemstructuur biedt voedsel voor diverse bestuivers, terwijl de dichte groeiwijze de bodem beschaduwt en microklimaten creëert. Het lage gewicht van de zaden (0,1239 mg) maakt effectieve verspreiding door de wind mogelijk, waardoor ook geïsoleerde schrale locaties kunnen worden gekoloniseerd. Als inheemse soort vormt de plant een stabiele schakel in de regionale voedselketen.
Bij de tuinplanning dient er rekening mee te worden gehouden dat deze tijm volgens de database niet als kindvriendelijk is geclassificeerd. Het is raadzaam de plant in siertuinen of rotstuinen te plaatsen in plaats van in de nabijheid van speelruimtes voor jonge kinderen.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
—
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Halbstrauch
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Immergrün
Planthoogte
0.081 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een volledig zonnige plek (lichtwaarde 8) met minimaal zes uur direct zonlicht per dag.
Bodem: De ondergrond moet droog (vochtigheidswaarde 3) en voedselarm zijn; de plant is een typische zwakke groeier.
Bodemreactie: Een kalkrijke of basische bodem (reactiewaarde 7) is optimaal.
Planttijd: Planten in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), mits de bodem vorstvrij is.
Groeiruimte: Met een hoogte van 0,04 m is de plant uitermate geschikt als bodembedekker in rotstuinen.
Onderhoud: Snoeien is nauwelijks nodig; het is essentieel om de standplaats schraal te houden en niet te bemesten.
Vermeerdering: De plant verspreidt zich via lichte zaden (0,1239 mg) door de wind.
Goede partner: Galium verum – deze deelt dezelfde eisen wat betreft droogte en kalkgehalte en vormt een goede aanvulling op het platte kussen.
Deze tijm behoort tot de familie Lamiaceae en is een in Duitsland inheemse kruising. De natuurlijke habitat bestaat uit xerotherme graslanden op kalkrijke en basische bodems. De plant kenmerkt zich door breed blad en een extreem platte, kruipende groeiwijze tot maximaal 0,04 m hoogte. Hoewel geclassificeerd als halfstruik, vertoont de plant in de huidige database geen verhoute kenmerken. De vermeerdering vindt plaats via zaden met een gewicht van circa 0,1239 mg.
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →