Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieThymus serpyllum subsp. serpyllum
6
Soorten
interageren
6
Interacties
gedocumenteerd
Thymus serpyllum subsp. serpyllum is een kruipende, kussenvormige plant met kleine, geurende bladeren. De soort gedijt op schrale gronden en dient als nectarbron voor diverse vlindersoorten. De soort staat op de Duitse Rode Lijst (Vorwarnliste).
Een 6 centimeter hoge nectarbron voor diverse vlindersoorten.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Thymus serpyllum subsp. serpyllum fungeert als nectarbron voor diverse insecten, waaronder verschillende soorten dikkopjes (zoals Muschampia tessellum, Muschampia mohammed, Carcharodus lavatherae en Carcharodus orientalis) en de bosparelmoervlinder (Melitaea didyma). De zaden (0,1877 mg) worden door de wind verspreid.
De soort is gevoelig voor betreding en bevat geconcentreerde etherische oliën. Er zijn geen aanwijzingen voor giftigheid, maar de plant is niet geschikt voor intensief gebruik in speelgebieden.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
Jun – Jul
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Immergrün
Planthoogte
0.06 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (lichtgetal 7).
Bodem: Schrale grond. Bij zware grond zand of grind toevoegen om wateroverlast te voorkomen.
Vochtigheid: Droog (vochtigheidsgetal 2); water geven is enkel nodig bij extreme, langdurige droogte.
pH-waarde: Neutraal tot zwak zuur (reactiegetal 5).
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november).
Groeihoogte: 0,06 m; voorkomen dat de plant wordt overgroeid door grotere soorten.
Vermeerdering: Verspreiding via zaden (gewicht 0,1877 mg) door de wind.
Thymus serpyllum subsp. serpyllum behoort tot de familie Lamiaceae en is een inheemse soort. De plant groeit bij voorkeur op droge, warme, zandige bodems en in schrale graslanden. De maximale groeihoogte bedraagt 0,06 m. De soort vormt dichte, niet-verhoutende matten en leeft in symbiose met AM-mycorrhiza. De bladeren hebben een oppervlakte van 7,3 mm².
6 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →