Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieTrichophorum cespitosum subsp. foersteri
Trichophorum cespitosum subsp. foersteri valt op door de dichte, polvormige groeiwijze. De plant bereikt een hoogte van precies 0,21 m. Als inheemse cypergrasachtige draagt deze soort bij aan de structurele diversiteit in een natuurlijke tuin. De zaden worden door de wind verspreid, wat bijdraagt aan de natuurlijke dynamiek. Door de symbiose met bodemschimmels ondersteunt de plant het biologisch evenwicht in de bodem. Deze soort gedijt op vochtige standplaatsen.
Compacte bewoner van vochtige gronden: met 21 centimeter ideaal voor natte tuinplekken.
Hoewel er geen specifieke gegevens over bloembezoekers bekend zijn, levert Trichophorum cespitosum subsp. foersteri een bijdrage aan de bodemgezondheid. De mycorrhiza-symbiose verbetert de bodemstructuur en bevordert een gezond microklimaat in de wortelzone. De lichte zaden (0,36 mg) worden door de wind verspreid. De dichte pollen bieden beschutting aan bodembewonende organismen zoals loopkevers. Als onderdeel van de inheemse flora ondersteunt de soort de natuurlijke soortensamenstelling in vochtige gebieden.
Trichophorum cespitosum subsp. foersteri is niet kindvriendelijk. In tuinen met kleine kinderen dient de plant op een niet-toegankelijke plek te worden geplaatst. Bij incidenten kan contact worden opgenomen met het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Bioregio
Continental
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.215 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een standplaats die permanent vochtig tot nat is, bij voorkeur nabij een vijver of in een veentuin.
Vermijd kunstmest om de essentiële symbiose met mycorrhiza-schimmels niet te verstoren.
Planten kan in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), mits de bodem vorstvrij is.
Houd bij het planten rekening met de benodigde ruimte voor de uiteindelijke hoogte van 0,21 m.
De bodem dient bij voorkeur zuur en voedselarm te zijn, conform de natuurlijke groeiplaats.
Vermeerdering vindt plaats door natuurlijke uitzaaiing van de lichte zaden (0,36 mg).
De soort is niet kindvriendelijk; plaats de plant buiten speelzones.
Geschikte partner: Erica tetralix, die vergelijkbare vochtige standplaatsen prefereert.
Trichophorum cespitosum subsp. foersteri behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae) en is inheems in Duitsland. De natuurlijke habitat bestaat uit vochtige, voedselarme standplaatsen zoals hoogveen of heidevelden. De plant groeit als een niet-verhoutend gras en wordt ondanks de verwantschap met zegges als breedbladig geclassificeerd. De soort is uitgerust met VAR-mycorrhiza, een symbiose tussen schimmels en plantenwortels, die overleving op schrale bodems mogelijk maakt. De plant blijft compact met een vaste hoogte van 0,21 m.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →