Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieTrifolium aureum
4
Soorten
interageren
6
Interacties
gedocumenteerd
Trifolium aureum valt op door de goudgele, eivormige bloemhoofdjes die tijdens het uitbloeien verkleuren naar lichtbruin. De plant fungeert als een essentiële pollenbron voor diverse insecten, waaronder de zandbij Andrena similis en de groefbij Lasioglossum aureimontanum. Omdat de soort op de waarschuwingslijst staat, draagt de aanwezigheid ervan bij aan het behoud van deze inheemse plantensoort.
Goudgele bloeier die van mei tot september een belangrijke pollenbron vormt voor bedreigde bijensoorten.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Trifolium aureum is een waardevolle bron voor diverse wilde bijen. Regelmatige bezoekers zijn onder meer Lasioglossum calceatum en Apis mellifera. De soort is van groot belang voor gespecialiseerde bijen zoals Andrena similis en Lasioglossum aureimontanum. De bloeiperiode loopt van mei tot september. In de winter dienen de zaadstanden als voedselbron voor vogels.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
Mai – Sep
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.306 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een zonnige standplaats.
De bodem dient schraal, voedselarm en goed doorlatend te zijn.
Als plant met een geringe voedingsbehoefte is bemesting niet gewenst.
De plant is aangepast aan droge omstandigheden.
Plantperiode: maart tot mei of september tot november, mits er geen vorst in de grond zit.
Omdat de plant een- tot tweejarig is, dienen de zaadstanden in het najaar te blijven staan voor natuurlijke uitzaaiing.
Snoei afgestorven plantendelen pas eind februari terug.
Geschikte combinaties: Dianthus deltoides of Festuca ovina, die dezelfde voorkeur hebben voor droge en schrale standplaatsen.
Trifolium aureum behoort tot de familie van de vlinderbloemigen (Fabaceae) binnen de orde Fabales. De soort is inheems in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland en groeit bij voorkeur op lichte standplaatsen met schrale bodems. De plant heeft opgaande, behaarde stengels en drietallige bladeren, waarbij het middelste blaadje vrijwel ongesteeld is. De levenscyclus is een- tot tweejarig met een groeihoogte van 10 tot 30 centimeter.
4 soorten interageren met deze plant
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →