Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieTripolium pannonicum
30
Soorten
interageren
31
Interacties
gedocumenteerd
3
Gastheerrelaties
Soorten
Tripolium pannonicum kenmerkt zich door violette straalbloemen met een geel hart en vlezige, blauwgroene bladeren. Als inheemse soort is de plant aangepast aan vochtige groeiplaatsen. De soort dient als voedselbron voor diverse insecten, waaronder de aster-monnik (Cucullia asteris) en de kleine vuurvlinder.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Tripolium pannonicum fungeert als waardplant voor rupsen van onder andere de aster-monnik (Cucullia asteris) en de roodbandspanner. Als nectarbron trekt de plant diverse vlinders aan, zoals de kleine vos, de kleine vuurvlinder en het klein koolwitje (Pieris rapae). Daarnaast bezoeken wilde bijen zoals de gewone bloedbij en de gepunte bloedbij de bloemen. De verdroogde stengels bieden in de winter schuilplaatsen voor insectenlarven, en de zaden in het late najaar dienen als voedsel voor zangvogels.
Tripolium pannonicum wordt als niet kindvriendelijk geclassificeerd. Het wordt geadviseerd de plant niet te plaatsen in omgevingen waar kleine kinderen zonder toezicht plantendelen in de mond kunnen steken.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Starkzehrer (Nährstoffreicher/Fetter Boden)
Bloeitijd
Jul – Okt
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.5 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon.
Bodem: De plant vereist een voedselrijke bodem en geeft de voorkeur aan een verse, matig vochtige ondergrond.
Mycorrhiza: De plant vormt een symbiose met arbusculaire mycorrhizaschimmels die de opname van voedingsstoffen ondersteunen.
Planttijd: Tussen maart en mei of van september tot november, zolang de bodem bewerkbaar is.
Verzorging: In het voorjaar kan organische mest of compost worden toegevoegd.
Watergift: De bodem dient voldoende vochtig te blijven.
Vermeerdering: De plant zaait zich op geschikte locaties vaak zelf uit.
Begeleidende plant: Althaea officinalis deelt de voorkeur voor vochtige, voedselrijke bodems.
Tripolium pannonicum behoort tot de familie Asteraceae. De soort is inheems en komt van nature voor op zoute locaties in het binnenland of aan de kust. Als halofyt slaat de plant zout op in de bladeren, wat resulteert in een succulente, vlezige uitstraling. De groeiwijze is doorgaans rechtopstaand en vertakt, met een hoogte tot 60 centimeter. De soort vormt een symbiose met arbusculaire mycorrhizaschimmels, wat de nutriëntenopname ondersteunt.
26 soorten interageren met deze plant
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →