Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieViburnum carlesii
Viburnum carlesii valt op door de bolvormige, wit-roze bloeiwijzen en de intense, vanilleachtige geur. De dichte groeiwijze biedt een beschutte schuilplaats. Omdat de struik vroeg in het jaar bloeit, vormt deze een waardevolle aanvulling in een periode waarin veel andere houtige gewassen nog in winterrust zijn. De structuur van de struik biedt bovendien nestgelegenheid voor vogels.
Een heerlijk geurende voorjaarsbloeier.
De ecologische waarde concentreert zich op de geboden structuur. De dichte vertakking biedt vogels beschutte nestmogelijkheden en schuilplaatsen tegen predatoren. In de nazomer ontwikkelen zich donkere bessen die dienen als voedselbron voor vogelsoorten. Als vroegbloeiende struik draagt de plant bij aan de structurele diversiteit in de leefomgeving.
Viburnum carlesii is zwak giftig. Consumptie van de bessen of de schors kan leiden tot maag- en darmklachten. Houd hier rekening mee bij de keuze van de standplaats in tuinen waar kleine kinderen spelen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mär – Mai
Bladtype
Breitblättrig
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Plaats de struik op een zonnige tot halfschaduwrijke plek. De voorkeur gaat uit naar verse, matig vochtige en voedselrijke bodems zonder wateroverlast. De beste planttijd is in het voorjaar van maart tot mei of in het najaar van september tot november, mits de bodem vorstvrij is.
Zorg voor een gelijkmatige watervoorziening, vooral tijdens droge zomerperiodes.
Een mulchlaag van bladeren helpt het bodemvocht vast te houden.
Snoeien is meestal niet nodig, maar kan bij ruimtegebrek direct na de bloei plaatsvinden.
Vermeerdering vindt het beste plaats via stekken in de zomer.
Goede partner: Hepatica nobilis gedijt goed in de schaduw van de struik. Beide soorten prefereren kalkhoudende, humusrijke bodems en vormen in het vroege voorjaar een ecologisch waardevolle eenheid aan de bosrand.
Viburnum carlesii behoort tot de familie Adoxaceae en de orde Dipsacales. Het is een bladverliezende, langzaam groeiende struik. Kenmerkend zijn de tegenoverstaande, eivormige bladeren die in de herfst een rode kleur aannemen. De plant bereikt doorgaans een hoogte van één tot twee meter en geeft de voorkeur aan standplaatsen met een gebalanceerd microklimaat.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →